Hoe westerse civilisatie de wereld kan redden. #25


In deze serie zat veel slecht nieuws. Zo heb ik laten zien waarom de economie zal instorten, waarom het huidige politieke systeem zal falen en waarom er grote conflicten zullen ontstaan binnen en tussen samenlevingen [1]. 

[1] Lessenserie: Hoe de economie zal instorten.

Het doel hiervan is om mensen te alarmeren en zo te motiveren om te vechten voor onze toekomst. Een betere toekomst is niet vanzelfsprekend. De tragedie van het Westen is dat wij niet weten wat onze civilisatie zo succesvol maakte. Een civilisatie zonder duidelijke waardes is als een vliegtuig zonder piloot. Als je niet weet wat het vliegtuig naar boven heeft gestuwd, zal het vliegtuig net als een civilisatie ineenstorten.

In de laatste tekst van deze serie wil ik de basiswaarde van de westerse civilisatie presenteren. Je zal erachter komen dat in deze waardes de oplossing van veel van onze problemen schuilt. Maar vergeet even de wereld en denk even aan jezelf. Waarom adem je? Waarom klopt je hart? Waarom verteert je maag voedsel? Omdat jouw kerndoel is om te overleven. Zo kun je geen andere doelen hebben zonder leven. Hoe meer potentieel de mens actualiseert, hoe beter de mens kan overleven. Met potentieel bedoel ik wat de mens kan maken van de wereld. En dat is oneindig. Het potentieel dat een mens kan actualiseren, is afhankelijk van zijn levensvisie of, anders gezegd, van zijn filosofie. 

Filosofie heeft 3 kernvragen, waar elk mens of hij er bewust van is of niet, antwoord op heeft. 

Waar ben ik?

Hoe weet ik dat?  

Wat moet ik doen?

Het grootste gedeelte van zijn geschiedenis gaf de mensheid onjuiste antwoorden op deze vragen. Met het gevolg dat de mens weinig van de wereld kon maken en leefde in pijn, armoede en duisternis. Mensen beantwoordden deze vragen verkeerd, omdat de mensheid altijd in het bovennatuurlijke wilde geloven. 

Elk geloof vertelt in fundamentele zin, dat deze wereld niet de echte wereld is. Dat er ergens anders een perfecte wereld is, de wereld van goden. Als je primitieve volkeren in het verleden de vraag had gesteld: “waar ben jij?”, dan hadden ze geantwoord: “Deze wereld is een illusie. De wereld wordt gecontroleerd door een goddelijk wezen.

Hoe weet ik dat? Niet door het gebruik van mijn zintuigen of rede. Want elk mens ziet, als hij om zich heen kijkt, alleen deze wereld en ziet geen goden of die andere perfecte wereld waar die goden verblijven. Dus door in het bovennatuurlijke te geloven, offerde de mens de kracht van zijn denken op. 

Wat is dan het antwoord op de kernvraag: “Wat moet ik doen?”. Eén ding is evident: hij kan zelf niet tot een antwoord komen, doordat de wereld niet begrijpelijk is omdat een bovennatuurlijk wezen alles beïnvloedt. Hij kan dan ook moeilijk een eigen leven leiden, omdat hij niet zelf kan nadenken. Wie gaat aan zijn leven dan leidinggeven? De autoriteit boven hem, die claimt dat hij in contact staat met de hogere realiteit en zo weet wat mensen moeten doen. Wat moeten mensen doen volgens die autoriteit? De mens moet realiseren dat zijn leven niet belangrijk is. Hij moet zichzelf opofferen voor een groter goed en zal dan na zijn dood daarvoor beloond worden. 

Dit was de menselijke staat voor de grootste gedeelte van onze historie. Wij waren niet denkende wezens en namen orders over van een hogere autoriteit. Wij waren niet onafhankelijk en vrij en konden zo weinig van de wereld maken. Maar toch gebeurde er iets bijzonders een paar eeuwen voor Christus, in Griekenland om precies te zijn. Daar ontstond voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid een samenleving die actief iets probeerde te maken van de wereld. 

De Griekse cultuur was op een aantal vlakken radicaal anders dan andere culturen. In Griekenland konden in sommige stadstaten burgers zichzelf besturen zonder bemoeienis van een dictator. De Grieken hadden ook een ongewone religie: ze geloofden in de goden op de berg Olympus. Dit waren bijzondere goden, want ze waren niet de scheppers van de wereld en ook niet de bestuurders ervan. De wereld had altijd al bestaan en was een natuurlijk fenomeen. Goden waren daar ook een gevolg van. Goden konden de realiteit dus niet beïnvloeden. 

Omdat de Grieken dachten dat niet alles bestuurd werd door goden, zochten ze naar een natuurlijke uitleg voor gebeurtenissen die zich afspeelden op aarde. In tegenstelling tot andere samenlevingen waren de Grieken ervan overtuigd dat de mens wel de wereld kon begrijpen, dat de wereld goed was en dat de mens geluk kon bereiken. Omdat kennis mogelijk werd, kregen de Grieken een voorliefde voor kennis. Dit blijkt ook uit het Griekse woord “filosofie”, dat letterlijk “liefde voor wijsheid” betekent. Zo ontstond de eerste civilisatie van denkers ter wereld. 

Deze civilisatie van denkers bracht iemand voort die de vader en de belangrijkste denker van de westerse wereld wordt genoemd. Zonder hem hadden wij waarschijnlijk nooit bestaan. Deze persoon was Aristoteles, een filosoof die de ogen van de mensheid voor het eerst echt opende. Hij was de eerste filosoof die:

  • De zintuiglijke basis van alle kennis en de geldigheid van de zintuigen herkende; 
  • De wetten van de logica verkondigde; 
  • De principes van een definitie definieerde;
  • De noodzaak van inductie begreep; 
  • De aard en regels van deductie begreep.

Aristoteles leerde de mensheid hoe zij haar geest moest gebruiken. Zo begon de mens op een wetenschappelijke manier naar de wereld kijken. Aristoteles geloofde ook dat de mens zich moest oriënteren naar het leven op aarde. Daarom moest het streefdoel van elke mens “eudaimonia” zijn. Deze term betekent “vol, rijk, gelukkig, welvarend, ongehinderd leven wat je kan bereiken door te denken en te handelen naar je rede”. 

De Griekse wereld, met zijn gerichtheid op het gedachtegoed van Aristoteles, werd zeer invloedrijk bij de Romeinen. Zo konden de Romeinen die beïnvloed waren door de Griekse filosofie meer van de wereld maken dan alle beschavingen vóór hun. De Romeinen konden de mensheid beter voeden door nieuwe uitvindingen en innovaties. De Romeinen konden beter bouwen omdat ze cement en hijskranen hadden uitgevonden. Grote steden konden ontstaan omdat ze waterleidingen en riolering ontdekte. Mensen konden zichzelf snel verplaatsen omdat ze bruggen en verharde wegen hadden ontwikkeld. Omdat de Romeinen wetenschappelijk ontwikkeld waren, konden ze wapens ontwikkelen die hen onoverwinnelijk maakten.

Na eeuwen dominantie begonnen de Romeinen te vergeten dat de bron van hun succes voornamelijk in de op de wereld georiënteerde Griekse filosofie berustte. Als gevolg daarvan gingen de Romeinen steeds minder zelf nadenken. Wie niet zelf kan nadenken, kan zijn eigen leven niet inrichten en heeft een verlosser nodig om te vertellen hoe iemand moet leven.   Daarom was Rome rijp voor een verlosser. Verlosser vertaald in het hebreeuws is “Messiah”. “Messiah” vertaald in het Grieks geeft “Christos”. Zo werd het geloof van Jezus Christus, het christendom, de dominante kracht in Rome en werd het in de vierde eeuw de officiële religie van de Romeinen. Maar het Christendom vertegenwoordigde waardes die onverenigbaar zijn met de Griekse waardes van Aristoteles.

Dus om de kernvragen terug te halen: 

“waar ben ik?  

Aristoteles: “De mens leeft in een wereld die echt is.”

Christenen: “De mens leeft in een onbegrijpelijke, semi-echte schaduwwereld, in tegenstelling tot de pure wereld van God.” 

“Hoe weet ik dat?”  

Aristoteles: “Je geest is bekwaam om op objectieve wijze kennis over deze wereld te verkrijgen door het gebruik van de rede en de logica en gebaseerd op het bewijs van de zintuigen.”

Christenen: “Kennis is afhankelijk van geloof en openbaring.”

“Wat moet ik doen?” 

Aristoteles: “De mens moet zijn potentieel actualiseren. Zo kan hij het gelukzalige leven (eudaimonia) behalen op aarde.” 

Christenen: “Keer je tot God en gehoorzaam de wil van God en Zijn vertegenwoordigers op aarde. Het leven op aarde is een tranendal ter voorbereiding op een bovennatuurlijke bestemming na de dood.” 

Deze christelijke waardes overrompelden de Griekse waardes binnen het Romeinse Rijk. Zo ging de deur naar wetenschap en vooruitgang dicht. God was volgens de christenen het almachtige wezen dat alles beïnvloedt en veroorzaakt. Hoe zou de mens de wereld dan ooit kunnen begrijpen? Dat is gewoon onmogelijk, want God trekt aan alle touwtjes.  

Zo werd menselijke kennis gaandeweg gezien als iets kwaadaardigs. De mens vergaart alleen kennis door zich te richten op God. De christelijke Romeinse keizer Theodosius gaf in het jaar 391 dan ook de opdracht aan christelijke monniken om de bibliotheek van Alexandrië in brand te steken, waarna dit centrum van westelijke kennis in rook opging. 

Een aantal jaren later viel het Romeinse Rijk na 1000 jaar uit elkaar en verdween de westerse civilisatie van het Europese toneel. Bijna alle Romeinse technologie en Griekse filosofie gingen verloren. De donkere middeleeuwen braken aan. Een meerderheid van de Europese bevolking stierf, het analfabetisme nam toe en men leefde niet meer in steden. Meer dan 90% van de bevolking werd slaaf op het platteland onder een feodaal stelsel waar de paus samen met de koning de absolute macht had. Het bevolkingsaantal van de stad Rome, ooit hét symbool van de westerse beschaving daalde van 1,6 miljoen naar 40000. Door de opkomst van het christendom was de westerse civilisatie op zijn knieën gebracht. De redelijkheid was weg en zo kon het Westen weinig van de wereld maken. 

Rond het eerste millennium hadden de moslims de oude werken van Aristoteles herontdekt. Zo waren de moslims superieur ten opzichte van de christenen. Daarom wilde de christenen leren van de moslims, daardoor kwamen de Europeanen weer in aanraking met de werken van de oude, westerse beschaving. De werken van Aristoteles werden vertaald van het Arabisch naar het Latijn en de beroemde Thomas van Aquino verspreidde deze leer. Dit ging niet zonder slag of stoot. Zo verbood de kerk alle werken van Aristoteles. Dat is ook begrijpelijk omdat de filosofie van Aristoteles een absolute bedreiging voor de christelijke waardes vormde. Maar goede christenen zoals Thomas van Aquino konden de werken van Aristoteles niet negeren. Zo kon Thomas van Aquino de kernwaardes van Aristoteles doorgeven aan de Europeanen:

- De wereld is volledig echt en begrijpelijk.

- De kennis van de mens is gebaseerd op de zintuigelijke ervaring in combinatie met de rede. 

- Het doel van het leven is gelukkig zijn op aarde.

Thomas van Aquino had iets in beweging gezet wat niet teruggedraaid kon worden. Zo ontstond de renaissance een eeuw na zijn dood. De term “renaissance” betekent wedergeboorte. Daarmee werd bedoeld de hergeboorte van de Griekse beschaving. De focus op God verplaatste zich naar de wereld. Tijdens de renaissance hervond de mensheid haar zelfvertrouwen. De wereld kon goed zijn en wij kunnen weer wat van deze wereld maken:

- Onderzoek ontgrendelt de oudheid. Zo kon men leren van de oude Grieken. 

- Uitvindingen ontgrendelde de geheimen van de natuur. Zo werden er tijdens de renaissance belangrijke uitvinden gedaan. Zoals de Microscoop, telescoop, thermometer, barometer en luchtpomp. Dit maakte moderne wetenschap mogelijk. 

- Exploratie ontgrendelt de oppervlakte van de aarde. Zo werden beschavingen die nooit verbonden waren met elkaar verbonden

- En men ontgrendelde het astronomisch universum. Zo begonnen we te leren over hoe het universum werkte.

De rede won opnieuw aan invloed in het Westen, maar deze nieuwe generatie denkers ging een stap verder dan de oude Grieken en Romeinen. Daarbij werd een nieuwe vraag gesteld?: “Wie gebruikt rede?” Het antwoord was het individu, want enkel het individu kan denken. Op die manier kan een individu zelf tot waarheden komen en zelf dingen waarderen. Hieruit trokken filosofen zoals John Locke de conclusie dat het individu vrij moest zijn van autoriteit. Want autoriteit of macht betekenen niets anders dan: sommige mensen kunnen andere mensen dwingen om iets te doen wat tegen hun eigen rede ingaat. Door deze gedachte begon de macht van de Kerk, van koningshuizen en van de adel af te nemen.

Het hoogtepunt van deze verlichte manier van denken, was de stichting van de Verenigde Staten. Zo stelde de Amerikanen een belangrijke vraag: “Aan wie behoort mijn leven?”. Tot die tijd behoorde het leven van een mens aan God, de koning of de paus toe. Het individu was nooit vrij. Maar de Founding Fathers, die beïnvloed waren door filosofen zoals John Locke, gaven een ander antwoord op die vraag: “Jouw leven behoort aan jou. Je bent een rationeel wezen en je moet vrij zijn om je denken te gebruiken om je eigen leven te lijden zonder obstructie van een autoriteit, zolang je andermans vrijheid niet inperkt. Je hoeft als individu jezelf niet op te offeren voor wie dan ook”.

Zo werd de westerse geest echt bevrijd tijdens de 18de eeuw en ontstond ook het kapitalisme. Dat is het sociale systeem waarin de rechten van het individu worden erkend. Zo mocht een individu vrij denken/spreken en geloven wat hij wil. Dit was uniek, want mensen hadden nooit vrij mogen denken. Men moest namelijk de religie overnemen van de plaatselijke autoriteit. Als je bovendien niet vrij mag denken, ben je ook niet vrij om je denken te delen met anderen. Dit is de vrijheid van meningsuiting. Bovendien kreeg het individu ook eigendomsrechten. Dat betekent dat je mag houden wat je produceert. Dit was ook revolutionair, want vóór het tijdperk van het kapitalisme kon een machthebber zijn onderdanen altijd beroven. 

Het moderne kapitalisme belette dit en zo bleef de welvaart in handen van het individu. Deze politieke en economische ontwikkelingen voltrokken zich in combinatie met de opkomst van de moderne wetenschap. Zo ontstond al snel de industriële revolutie, waarbij de mens voor het eerst echt de wereld kon transformeren en zo uit de armoede kon ontsnappen. 

Na duizenden jaren van stagnatie stegen de inkomens in Europa exceptioneel [2]. Mensen konden voor het eerst in hun basisbehoeften voorzien, met als uitkomst dat meer mensen konden genieten van deze prachtige wereld en er ook langer van konden genieten dankzij de stijgende levensverwachting [3][4]. Dankzij de vrije geest in Europa kon de westerling de wereld mooier maken met ongeëvenaarde architectuur, kunst en muziek.

[2] BBP per hoofd West Europa (in $)

[3] Wereldpopulatie (in miljarden)

[4] Levensverwachting Europeanen

Dit is wat westerse civilisatie betekent: rede en individualisme. Dit leidt tot wetenschap, wat hand in hand gaat met politieke en economische vrijheid en dat betekent niets anders dan kapitalisme [5].

[5] Essentie Westerse Civilisatie

Ondanks het feit dat het Westen ongelofelijke vooruitgang boekte, was het zeker niet perfect. De rechten van vrouwen en mensen met een andere levenswijze, zoals homoseksuelen, werden niet gerespecteerd. Het Westen had zijn technologische voorsprong gebruikt om andere, niet-westerse bevolkingen ook te onderdrukken. 

Maar je mag je hierop niet blindstaren. Er blijft het feit dat de westerse civilisatie de wereld op een ongeëvenaarde manier vooruit heeft geholpen. Kijk maar naar alle technologie die de vrije geest van het Westen heeft kunnen creëren [6]. Het is een feit dat de niet-vrije volkeren in de wereld ook van deze technologie kunnen profiteren. Bovendien hebben de individualistische ideeën die ontwikkeld werden in het Westen het mogelijk gemaakt dat alle mensen, ongeacht hun huidskleur en geslacht, rechten hebben gekregen.

[6] Grootse Westerse Uitvindingen

Je kan nu de vraag stellen: “Wat ging er mis?” Invloedrijke filosofen zoals Hobbes, Descartes, Hume en Kant vielen de kracht van de menselijke rede aan. Omdat de kracht van de rede in twijfel werd getrokken, werd meteen ook het idee dat een mens vrij moet zijn in twijfel getrokken. Dit is logisch, want de rechtvaardiging van de vrijheid kwam voort uit het idee dat elk individu de capaciteit tot reden heeft. Zo kan elk mens zelf tot waarheden komen en zelf dingen waarderen. Daarom heeft een individu geen autoriteit nodig die hem vertelt wat hij moet doen. Door deze gedachte werd de mens voor het eerst vrij. Maar doordat de rede werd aangevallen werd het principe van het individualisme niet erkend. Als je niet vrij bent, betekent dit dat je niet voor jezelf kan leven. Als je vrijheid inlevert, betekent dit dat een autoriteit je gaat vertellen wat je moet doen. Het westen ging dus filosofisch gezien snel rugwaarts. Zo moest jouw leven niet van jou zijn. Dan rijst de vraag: “Van wie is jou leven dan wel?”

Duizenden jaren moest de mens zich opofferen aan de wil van God en zijn spreekbuizen op aarde. Maar er werd een nieuwe versie geïntroduceerd. De nieuwe versie is opofferen voor de groep, het volk, de natie. Omdat een groep geen wil heeft en een volk alleen bestaat uit individuen, bestaat er altijd een groep machthebbers die beweert de wil van het volk te representeren. Zo kunnen deze machthebbers de vrijheid van het individu opofferen in naam van het collectief. Het collectivisme, het idee dat de groep belangrijker is dan het individu, werd erg populair aan het begin van de 20ste eeuw. Duitsland werd socialistisch, Rusland communistisch en Italië fascistisch. Verschillende varianten met dezelfde uitkomst: de onafhankelijkheid van het individu vernietigen.

De semi-kapitalistische Amerikanen en Britten konden tijdens de Tweede Wereldoorlog voorkomen dat deze ideologie West-Europa kon overnemen door het nationaalsocialistische Duitsland te verslaan. Hoewel het vrije Westen de oorlog gewonnen had, werd de collectivistische ideologie niet verslagen. In de loop van de 20ste eeuw is de westerling minder vrij geworden. Stap voor stap nemen de machthebbers verantwoordelijkheden en rechten van ons af en worden wij steeds minder vrij. Langzaam wordt de geïnteresseerde, zelf denkende, zelfstandige, westerse geest beteugeld. Ons zelfvertrouwen verdwijnt, wat logisch is, omdat wij de controle en de kracht van onze samenleving hebben verloren. Zo kunnen wij niet meer articuleren wat het Westen het Westen maakte. Reden en individualisme verdwijnen langzaam en zo worden wij langzaam een irrationelere en minder onafhankelijke bevolking die voor alles de overheid wil inschakelen. Er bestaat dan ook niet één politieke beweging die principieel opkomt voor het individualisme.

In deze lessenserie heb je kunnen zien hoe het verlies van een aantal vrijheden zal leiden tot een complete economische instorting en dat een dergelijke crisis zal leiden tot nog meer narigheid, omdat wij westerlingen een collectivistische ingesteldheid hebben waarbij we ervan uitgaan dat de staat al onze problemen moet oplossen. Maar het fundamentele probleem is: de staat is de oorzaak van onze problemen. Dus als wij de macht van de staat continu uitbreiden om de problemen op te lossen die de staat zelf veroorzaakt, dan zal dit onze wereld ontwrichten. Daarom is het zo belangrijk dat wij de westerse waardes herontdekken. Zo kunnen wij een civilisatie opbouwen die de wereld nog nooit heeft gekend. Zo kunnen wij een beschaving worden waar elke mens recht heeft op zijn eigen leven. Zo worden wij een samenleving van onafhankelijke, zelf denkende individuen, waar het individu de absolute vrijheid heeft om mooie dingen te creëren. Wij kunnen een beschaving worden waar de zwakkeren geholpen worden uit compassie. Een beschaving die andere volkeren in andere gebieden inspireert om ook een gelukkige, vrije en vooruitstrevende beschaving te worden. Er is zoveel te behalen. Daarom moeten wij vechten voor de mens en diens vrijheid, eerbaarheid en leven.