Geschiedenis van de euro. #18


We hebben in de afgelopen lessen een beeld gekregen van de krediet crisis. Deze les wordt er puur op de euro gefocust, omdat de euro een groot aandeel heeft gehad in het economische debacle van de afgelopen jaren en de euro ons de komende jaren zal blijven achtervolgen.

In deze les bespreken we het volgende: 

  • Wat de oorspronkelijke basisgedachte achter de euro was. 
  • Wat de strenge regels waren die voor een gezonde euro moeten zorgen. 
  • Hoe politici deze regels nooit serieus hebben genomen. 

Om de eurocrisis beter te begrijpen, moeten we ons eerst verdiepen in het oorspronkelijke idee dat aan de euro ten grondslag lag. Als we dat snappen, kunnen we beter begrijpen waar de zwaktes lagen van de euro. 

Het oorspronkelijke opzet van de euro was om meer monetaire stabiliteit te brengen en zo meer economische groei te ontketenen op het Europese continent. Hoe de architecten van de euro hiervoor wilden zorgen, was eenvoudig. Elk land kon vóór de invoering van de euro zijn eigen geld creëren. De Zuid-Europeanen deden vroeger relatief meer aan geldcreatie dan de Noord-Europeanen. Als je oude bankbriefjes ziet van euro landen kan je dit duidelijk zien.  Zo hadden Zuid-Europese valutaeenheden weinig waarde [1] vergeleken met de valutaeenheden uit Noord-Europese landen zoals Nederland, Duitsland en Ierland [2]. 

[1] Valutabiljetten Zuid-Europese Landen

 Valutabiljetten Zuid-Europese Landen

 [2]  Valutabiljetten Noord-Europese Landen

Valutabiljetten Noord-Europese Landen

Het idee was om de macht om geld te creëren te centraliseren bij de Europese Centrale Bank die gevestigd werd in Frankfurt. Deze vestiging had een symbolische betekenis, omdat Duitsland bekend stond om zijn monetaire stabiliteit. Met andere woorden: de Duitsers creëerden weinig geld uit het niets. Dit kwam voornamelijk door het trauma dat Duitsland had opgelopen tijdens de periode van hyperinflatie vóór de Tweede Wereldoorlog [3]. Die was van grote invloed op de machtsgreep door Hitler en de destructieve gevolgen die dat voor Duitsland had gehad. Hierdoor beseften de Duitsers het gevaar van geld creëren beter als geen ander. 

[3] 10 Miljard Duitse Mark Biljet

10 Miljard Duitse Mark Biljet

Omdat alleen de ECB geld mocht creëren, konden lidstaten dat dus niet meer zelf doen. Daarbij werden ook nog eens strengere regels opgesteld die moesten leiden tot meer monetaire stabiliteit. Het kon niet zo zijn dat één euroland een ander euroland kon ontwrichten omdat ze immers allemaal lid waren van dezelfde muntunie. Als gevolg hiervan werden er in 1992 duidelijke regels opgenomen in het Verdrag van Maastricht (het verdrag waarin de Europese Unie werd opgericht en waarbij werd bepaald dat er een Europese muntunie moest komen). De kernregels voor de euro waren als volgt beschreven in artikel 1 betreffende de procedure bij buitensporige tekorten [4]. 

Zo mocht een lidstaat:

  • Geen begrotingstekort hebben van meer dan 3% in verhouding tot het bbp; 
  • Niet meer overheidsschuld hebben dan 60% van het bbp.  

[4] Protocol Betreffende De Procedure Bij Buitensporige Tekorten

Protocol Betreffende De Procedure Bij Buitensporige Tekorten

Dit moest zorgen voor een sterke, stabiele munt en fiscaal verantwoordelijk gedrag door de lidstaten. Hoewel dat idee op papier goed leek, was er één heel groot probleem: wat gebeurt er als een lidstaat zich niet aan de regels houdt? Artikel 104C van het verdrag was hieraan gewijd [5]. 

[5] Artikel 104 C Vedrag betreffende de Europese Unie

Artikel 104 C Vedrag betreffende de Europese Unie

Bij het lezen van het artikel wordt het duidelijk dat er geen strenge procedures waren voorzien voor landen die zich niet aan de afspraken hielden. De enige concrete straf was dat een lidstaat een geldboete kon krijgen van de Europese Commissie. Dit gebrek zou verregaande gevolgen hebben voor de euro. Dit had 2 redenen: De eerste reden is: politici zijn niet te vertrouwen. Het klopt dat er strakke regels werden opgesteld. Zo mocht een lidstaat niet meer overheidsschuld hebben dan 60% van het bbp. Daarbij mocht een lidstaat ook geen groter begrotingstekort hebben dan 3% van het bbp. Op die manier konden politici toch niet zomaar alle regels aan hun laars lappen? Maar politici zijn onbetrouwbare dieren die alleen uit zijn op macht. Ze hebben zich collectief niet gehouden aan deze regels, omdat er geen controlemechanisme was dat landen kon dwingen zich eraan te houden. Vooral de mediterrane landen hebben misbruik gemaakt van dit gebrek aan consequenties [6].

[6] Overheidsbudget zuidelijke eurolanden

Overheidsbudget zuidelijke eurolanden Zo zie je dat Griekenland van 1995 tot 2015 zich nooit aan die norm heeft gehouden. Pas na 2016 is het hun gelukt om binnen deze voorgeschreven normen te blijven. Daar komen we later nog op terug. De Portugezen hebben zich sinds de invoering van de euro ook maar drie keer aan deze norm gehouden. Dat was in 2007 met -3%, 2016 met -2% en 2017 met -3%. Frankrijk heeft zich ook structureel niet aan de norm gehouden op enkele uitzonderingen na. Voor Italië idem dito. Spanje begon goed, maar kampt sinds de crisis met zware tekorten. Je moet de impact van deze tekorten niet onderschatten voor de rest van de eurozone. Deze vijf landen representeren 53% van de eurozone economie en bijna 57% van de populatie binnen de eurozone. Als de overheidsschuld in verhouding tot het bbp niet meer dan 60% bedraagt, dan houden ze zich gedeeltelijk aan de regels. Maar als je kijkt naar deze tabel, dan zie je dat deze landen bij de invoering van de euro zich ook niet aan de 60%-regel hielden [7]. Het gemiddelde tekort in 2002 bedroeg al 67%. Ook is te zien hoe België, Griekenland en Italië hier al ver boven zaten. 

[7] Staatsschuld Eurozone landen in % van het BBP (2002)

Staatsschuld Eurozone landen in % van het BBP (2002)

Kijkend naar deze grafiek [8] is aan de hand van de blauwe kolommen het schuldpercentage te zien van het jaar 2002 en aan de rode kolommen het schuldpercentage van het jaar 2017. Daar zie je dat het gemiddelde is opgelopen tot 89,5%, dus 29,5% boven de afgesproken norm. Zoals je kunt zien, heeft geen land zijn schuld in verhouding tot het bbp verlaagd sinds 2002. 

[8] Staatsschuld Eurozone landen, in % van het BBP (2002 en 2017)

[8] Staatsschuld Eurozone landen, in % van het BBP (2002 en 2017)Bovendien moet je je niet blindstaren op deze cijfers over de staatsschuld in % van het bbp. Zo spelen overheidsuitgaven een grote rol in het berekenen van het bbp en schulden niet. Dus als de staat dieper in het rood gaat, heeft dit niet onmiddellijk een weerslag op het percentage van de staatschuld t.o.v. het bbp, omdat de economie kunstmatig groeit door al die schuld. 

Neem Griekenland als voorbeeld [9]. De staatschuld bedroeg daar in het jaar 2000 140 miljard euro en de schuldgraad in verhouding tot het bbp bedroeg 105,8%. De schuld verdubbelde bijna naar 264 miljard euro, maar de schuld in verhouding tot het bbp steeg maar met 3,7%. Zoals je hier duidelijk kunt zien, bedraagt de Griekse schuldgraad in verhouding tot het bbp nu bijna 180%, dus 3 keer de norm. Dat komt voornamelijk omdat de Griekse economie instortte door al die schulden. 

[9] Griekse staatsschuld nominaal en in % van het BBP

Griekse staatsschuld nominaal en in % van het BBP

In dat kader kun je zien hoe België, Spanje en Frankrijk zich in een hele gevaarlijke zone begeven [8]. Zo hebben ze ongeveer evenveel schuld in verhouding tot hun bbp als Griekenland had vóór de kredietcrisis. En dan hoef ik niet eens te beginnen over Portugal en Italië. De enige oorspronkelijke eurolanden die zich aan deze regel houden, zijn Luxemburg en sinds kort Nederland. 

Maar je kunt je alsnog afvragen hoe het kan dat een land als Griekenland ooit werd toegelaten tot de eurozone terwijl het land zich vanaf het begin nooit aan de regels heeft gehouden? Dit komt omdat de Griekse centrale bank schimmige derivatenconstructies opzette in samenwerking met de Amerikaanse bank Goldman Sachs om zo het beeld te creëren dat de staatschuld lager lag en zich op die manier toegang te verschaffen tot de eurozone. 

De gouverneur van de Griekse centrale bank tijdens deze fraude was Lucas Papademos. Hij had Petros Christodoulou aangesteld als manager van het departement van nationale financieringen. Deze werkte voornamelijk samen met Goldman Sachs voor het opzetten van deze derivatenconstructie. Wat dit erg markant maakte, is dat Christodoulou vóór het opnemen van deze functie werkte als hoofd van de Europese derivatendivisie bij JP Morgan. En dat is niet alles: hij had ook bij Goldman Sachs gewerkt. Het is dus moeilijk te geloven dat deze man niet door had dat hij samen met zijn oud-werkgever fraude pleegde. Na hoofdverantwoordelijke te zijn geweest voor de fraude die plaatsvond binnen de Griekse centrale bank was Papademos vicepresident van de ECB van 2002 tot 2010. Hij was dus medeverantwoordelijk voor de excessieve kredietcreatie, wat het mogelijk maakte dat Griekenland zoveel kon lenen (zie les 13 en 16 om te zien hoe dit werkt). 

Toen Griekenland aan de rand van het faillissement stond, werd nota bene deze Papademos de ongekozen premier van Griekenland. Hij kreeg de verantwoordelijkheid om het schuldprobleem op te lossen dat hij zelf mede had veroorzaakt. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met het instituut voor schuldenbeheer, een organisatie onder het ministerie van Financiën die een controlerende rol had op de staatsschuld. Aan het hoofd van dit instituut stond niemand minder dan Christodoulou, dezelfde persoon die fraude had gepleegd samen met zijn oud-werkgever Goldman Sachs, wat het mogelijk maakte dat Griekenland onterecht tot de eurozone werd toegelaten. Dit moest gebeuren met de hulp van de nieuwe president van de ECB, niemand minder dan de Italiaan Mario Draghi, ook een oud-werknemer van Goldman Sachs. Dat was natuurlijk niet ideaal voor de eurozone omdat er bij deze mensen sprake zou kunnen zijn van belangenverstrengeling. 

Nu we hebben aangetoond dat alle landen binnen de eurozone zich niet aan de afspraken hebben gehouden en sommige staten zelfs fraude pleegden, lijkt het me duidelijk dat punt 1 voldoende is onderbouwd en dat politici niet te vertrouwen zijn, aangezien ze zich niet aan de regels hebben gehouden. Maar toch blijft er één vraag over. Banken zoals Goldman Sachs wisten blijkbaar zelf dat landen zoals Griekenland nooit toegelaten hadden mogen worden tot de eurozone. Waarom leenden die banken dan zoveel geld aan dat soort landen, als al vanaf het begin duidelijk was dat het fout zou gaan? Dat heeft de volgende reden: bankiers weten hoe ze misbruik kunnen maken van onbetrouwbare politici. Hoe bankiers dit precies doen, zullen we in de volgende les behandelen. We zijn hierbij aan het einde gekomen van deze les. Wat we in deze les hebben gezien, is dat: 

  • Het oorspronkelijke idee van de euro was om monetaire stabiliteit te creëren door geldcreatie en schuldcreatie te beteugelen op het Europese continent; 
  • Om dit te bereiken, mochten lidstaten nooit meer staatsschuld hebben dan 60% in verhouding tot hun bbp en nooit een hoger begrotingstekort dan 3% in verhouding tot hun bbp. 
  • Deze regels zijn nooit nageleefd met als gevolg dat Europese staten veel te veel geld hebben geleend. 

Volgende les: meer over de problemen van de euro.