Geschiedenis van de centrale bank. #12


Centrale banken zijn als onderwerp zo essentieel om de huidige economie te kunnen begrijpen dat we twee delen nodig hebben om dit onderwerp volledig te belichten. 

In dit eerste deel krijgen we een algemene inleiding om ons een beter beeld te kunnen vormen van hoe centrale banken ontstonden. We gaan zien dat centrale banken integriteitsproblemen hebben en nagaan of centrale banken zich aan een cruciale belofte hebben gehouden. 

Een centrale bank is één van de machtigste instituten op aarde. Zo heeft een centrale bank directe invloed op hoe de politiek en economie functioneren, omdat dit instituut absolute controle heeft over het geld en het bankensysteem. Centrale banken zijn in de loop van de geschiedenis op verschillende manieren ontstaan. Een grappig detail is dat de eerste twee centrale banken opgericht werden door Nederlanders in het buitenland. Zo werd de Zweedse centrale bank, de Sveriges Riksbank, in 1668 gesticht door een Nederlandse handelaar, Johan Palmstruch. Daarna werd in 1694 de Bank of England opgericht door de oud-stadhouder van de Republiek der Nederlanden, Willem III van Oranje (2), die zijn stadhouderschap opgaf voor de Engelse troon. Centrale banken ontstonden meestal uit een partnerschap tussen bankiers en de staat. De deal was heel duidelijk: de bankiers leveren aan de staat krediet en de bankiers krijgen hiervoor in ruil controle over het geld. De staat beschermde de bankiers met de volgende maatregelen: 

Maatregel 1: de staat gaf aan centrale bankiers een monopolie op de geldproductie. Zo mag alleen de centrale bank geld creëren en wordt de centrale bank bij wet beschermd tegen andere partijen die ook geld willen aanbieden. In Engeland ging dit zelfs zo ver dat je werd opgehangen als je een concurrerende munteenheid aanbood.

Maatregel 2: de staat maakte het geld van de centrale bank het wettelijke betaalmiddel. Hierdoor werden mensen verplicht hun schulden en belastingen te betalen met het geld dat door de staat was uitgekozen. Dit dwong het volk om het geld van de centrale bank te gebruiken. Je kunt in les 8 lezen hoe dit nou precies in zijn werk ging. 

Maatregel 3: de staat maakte het mogelijk dat centrale banken in het geheim kunnen opereren. Een gevolg hiervan is dat geen enkele burger, overheid, gerechtelijke of zelfs geheime dienst onderzoek mag doen naar wat een centrale bank nou precies doet. Dit maakt een centrale bank één van de minst transparante organisaties ter wereld. 

Dit is artikel 15 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie [1]. 

[1] Verdrag van Lissabon Artikel 15

Verdrag van Lissabon Artikel 15

Hier zie je dat de bancaire activiteiten van de Europese Centrale Bank niet onder de reikwijdte van de transparantiebepalingen vallen. Zo hoeven ze alleen maar verantwoording af te leggen voor hun administratie. Dat betekent dat specifieke bancaire activiteiten van de ECB geheim gehouden mogen worden. In de VS is dit ook het geval. Zo probeert een aantal Congresleden al jaren onderzoek te doen naar wat de Federal Reserve precies doet, dit is geheim [2]. 

[2] Federal Reserve Transparency Act

Federal Reserve Transparency Act

Het is ook belangrijk om te weten dat de meeste centrale banken geen eigendom zijn van de staat. Zo is bijvoorbeeld de Federal Reserve, de centrale bank van de VS, de machtigste centrale bank ter wereld, een private onderneming. Niemand weet wie deze bank bezit. Waar we wel achter zijn gekomen na decennia is welke mensen deze bank hebben gesticht. Dat waren voornamelijk prominente bankiers. 

Om te beginnen is er bankier Henry P. Davison. Hij werkte als senior partner bij Morgan & Company. Deze bank kennen we vandaag de dag als JP Morgan Chase, naar beurswaarde de grootste bank ter wereld. De volgende stichter is bankier Frank Vanderlip, vicepresident van de First National City Bank of New York. Deze organisatie kennen we vandaag de dag als Citibank, wat ook één van de grootste banken ter wereld is. Dan hebben we bankier Charles D. Norton, president van de First National Bank of New York, wat we vandaag de dag ook kennen als Citibank. Nu komen we bij de Duitse bankier Paul Warburg die lid was van de beroemde Warburgdynastie en partner was bij de zakenbank Kuhn & Loeb & co, tegenwoordig een onderdeel van de Britse Barclays Bank. Volgende bankier is Benjamin Strong, president van JP Morgan’s Bankers Trust. Dan komen twee niet-bankiers die mee aan de basis liggen van de Federal Reserve en die een directe band hadden met de staat en grote bedrijven: Abram Andrew, Assistent Professor economie aan Harvard University en Onderminister van Financiën. Dan hebben we nog Nelson Aldrich, een invloedrijk senator en bloedverwant van de familie Rockefeller. Deze familie was grootaandeelhouder van de First National Bank of New York, die we kennen van Citibank. De Rockefellers waren ook de oprichters van Standard Oil, wat later Exxon Mobile werd. Exxon Mobile kennen we dan weer van de ESSO.

De Nederlandsche Bank (DNB) was, net als de Federal Reserve, ook een private bank. De DNB is ouder dan de Nederlandse staat en werd opgericht door een voorvader van koning Willem Alexander, koning Willem I. Dit instituut was tot 1948 geen eigendom van de Nederlandse staat, maar van private aandeelhouders. Zelfs vandaag heeft de Nederlandse staat geen 100% zeggenschap over dit instituut, omdat de oud-aandeelhouders nog negen van de tien leden van de Raad van Commissarissen (RvC) mogen benoemen (zie artikel 13, lid 3 van de Nederlandse bankwet) [3]. 

[3] Artikel 13 van de Nederlandse bankwet

Artikel 13 van de Nederlandse bankwet

Je moet de macht van deze RvC niet onderschatten: zo moeten de leden ervan toezien of het bestuur zijn werk goed doet. Zo hebben ze een grote invloed op het bestuur [4].

[4] Profielschets RvC DNB

 Profielschets RvC DNB

Bovendien heeft voor grote beslissingen het bestuur toestemming nodig van de RvC. De DNB hanteert ook speciale benoemingscriteria. Zo stellen ze het volgende: “De onafhankelijkheid en integriteit van ieder lid van de Raad zijn boven elke twijfel verheven; alle leden voorkomen de schijn van belangenverstrengeling” [5]

[5] Profielschets RvC DNB

 Profielschets RvC DNB

Alleen is dit wel een beetje gek, want negen van de tien RvC-leden kunnen gekozen worden door de oud-aandeelhouders. Die oud-aandeelhouders zijn als volgt: [6]

[6]Grote aandeelhouders De Nederlandsche Bank

Grote aandeelhouders De Nederlandsche Bank

Dr. Henry Pierre Heineken van de multinational Heineken; 

Baron Edmond James de Rotschild, lid van de Rothschild-dynastie;

Nutsspaarbank, wat later onderdeel is geworden van de ABN Amro en SNS Bank;

Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen, wat we vandaag kennen als Delta Lloyd;

Rotterdamse Levensverzekeringen Sociëteit, wat we vandaag kennen als ING. 

Wie vandaag precies de aandelen bezit, is niet bekend, maar deze structuur (waarin de oud-aandeelhouders de meerderheid van de leden van de RvC moeten kiezen) is iets wat niet past in een vrij land als Nederland. Het past ook niet bij de taakomschrijving van de DNB zelf. Zo moeten de leden van de RvC onafhankelijk zijn. Maar als iemand daar op die positie is gekomen dankzij de oud-aandeelhouders, dan kan er toch sprake zijn van belangenverstrengeling. De RvC van de DNB wordt vaak gedomineerd door mensen die nauwe banden hebben met grote banken en ondernemingen. Dit is niet wenselijk, aangezien de RvC invloed heeft op het beleid van de DNB en dat is dus voornamelijk het controleren van de banken. Tijdens de kredietcrisis van 2008 was bijvoorbeeld Ewald Kist vicevoorzitter van de RvC van de DNB [7]. 

[7] RvC leden van de DNB tijdens de kredietcrisis 2008

RvC leden van de DNB tijdens de kredietcrisis 2008

Deze heer was vóór deze functie jarenlang CEO van ING, één van de oud-aandeelhouders van de DNB. Hij moest dan samen met de andere RvC-leden toezien of het bestuur wel goed zijn werk deed. Andere leden van de RvC waren bijvoorbeeld de heer Wouter Tuinenburg, oud vicevoorzitter van SNS Bank [7]. 

Het is dus een beetje gek dat deze leden van de RvC moeten toezien of hun oud-werkgevers goed gecontroleerd worden. Bovendien zijn deze mensen waarschijnlijk op deze positie gekomen door hun ex-werkgevers, die aandeelhouders zijn van de DNB. Als je ook nog rekening houdt met het feit dat de DNB gefaald heeft in het bankentoezicht (met als gevolg dat de DNB ING en SNS Bank moest redden van de ondergang en dus miljarden euro’s via de centrale bank naar deze banken zijn gegaan) [8][9], dan kun je vraagtekens zetten bij de huidige structuur. 

[8] Redding SNS Bank

[8] Redding SNS Bank

[9] Redding ING

[9] Redding ING

Tijdens de eerste eurocrisis was Alexander Rinnooy Kan voorzitter van de RvC [10]. 

[10] RvC leden van de DNB tijdens de Eurocrisis 2011

[10] RvC leden van de DNB tijdens de Eurocrisis 2011

Hij moest toezien of de bailout van Griekenland goed verliep. Griekenland had namelijk zoveel geld geleend van West-Europese banken dat Griekenland gered moest worden door de centrale banken. Zoniet, dan konden banken als ING failliet gaan, want ING was de op vier na grootste buitenlandse bank die geld had geleend aan de Grieken [11]. 

[11] Blootstelling banken aan Griekenland 2011 (in miljoen €)

Rinnooy Kan zat tussen 1996 en 2006 in de raad van bestuur van ING, dus deze heer was medeverantwoordelijk voor het feit dat Griekenland zoveel geld kon lenen. Sommigen zullen zeggen: “de Europese Centrale Bank (ECB) heeft toch nog meer macht?”. Dat klopt, maar de ECB heeft ook medewerkers waarvan je je kunt afvragen of ze wel helemaal onafhankelijk zijn. Een voorbeeld: de president van de ECB, Mario Draghi, werkte als manager director bij de Amerikaanse bank Goldman Sachs. De ECB is niet uniek in dit soort situaties, want de president van de centrale bank van het Verenigd Koninkrijk, Mark Carney, werkte ook dertien jaar bij Goldman Sachs. De Amerikanen hebben het helaas niet beter voor elkaar dan de Europeanen. Alan Greenspan, die ongeveer twintig jaar lang (tot 2006) leiding gaf aan de Federal Reserve. Daarvoor was hij lid geweest van de raad van bestuur van de bank JP Morgan, de bank die betrokken was bij de oprichting van diezelfde Federal Reserve. Timothy Geithner  was president van de Federal Reserve van New York en was tussen 2003 en 2009 hoofdverantwoordelijke voor het financieel toezicht op Wall Street. Onder zijn bewind ontstond de grootste bankencrisis van de eeuw, dus je zou denken dat deze man verguisd zou worden. Maar integendeel: in plaats van verguisd te worden werd hij minister van Financiën onder Obama en mocht hij 700 miljard dollar hulppakketten uitdelen aan de grote banken op Wall Street, die onder zijn financiële toezicht honderden miljarden winst maakten en daarna failliet gingen. 

Vandaag is Geithner president bij de private equity firm Warburg Pincus, gelinkt aan dezelfde familie Warburg  die de Federal Reserve mee heeft opgericht. Geithner kreeg als president van dit bedrijf recentelijk een miljardenkrediet van JP Morgan Chase [12], een andere bank die betrokken was bij de oprichting van de Federal Reserve en de bank die miljarden kreeg uit het hulppakket van Geithner.

[12] Geithner krijgt miljarden krediet van JP Morgan Chase

Geithner krijgt miljarden krediet van JP Morgan Chase

Maar eerlijk is eerlijk: dit hulppakket werd niet bedacht door Geithner zelf, maar door zijn voorganger Hank Paulson, minister van financiën onder George W. Bush. Ook hij werkte van 1974 tot 2006 bij Goldman Sachs en was er zelfs CEO van 1999 tot 2006. Paulson was niet verantwoordelijk voor het uitdelen van dat geld. Daarvoor benoemde de oud-CEO van Goldman Sachs Neel Kashkari. Die werkte net als Paulson jarenlang voor Goldman Sachs en is vandaag president van de Federal Reserve Bank van Minneapolis. Misschien vraag jij jezelf nu af: “Wie is tegenwoordig de president van de New York Federal Reserve, die toezicht moet houden op Wall Street?”. Dat is niemand minder dan William Dudley, die 21 jaar lang werkte bij de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs vóór hij aan de slag ging bij de Federal Reserve. 

Je hebt nu gezien dat centrale banken geen banken zijn van het volk. Dit is ook logisch, omdat het juist de overheid en de bankiers waren die baat hadden bij een centrale bank. Die is nooit ontstaan vanuit een initiatief door het volk, zoals je in de vorige les 11 ook hebt kunnen zien. 

Centrale banken werden opgericht door de staat met als doel bankencrisissen tegen te gaan. Toch was het juist de staat die bankencrisissen veroorzaakte door bankiers toestemming te geven om geld te creëren uit het niets en door fractioneel bankieren legaal te maken, zoals we gezien hebben in les 9. Centrale banken moesten echter totale controle krijgen over het geld. Deze afname van de vrijheid zou namelijk goed zijn voor het volk want zo konden de centrale banken voor prijsstabiliteit zorgen. Dat is het zogenaamde hoofddoel van een centrale bank, zoals ook de rol van de ECB is opgenomen in het verdrag van Lissabon [13]. 

[13] Vedrag van Lissabon Artikel 245

Vedrag van Lissabon Artikel 245

‘Stabiliteit’ komt van het Latijnse woord ‘stabilitas’, dat staat voor: standvastigheid, stevigheid, onbeweeglijkheid. Prijsstabiliteit zou dan logischerwijs betekenen dat prijzen min of meer gelijk blijven, wat betekent dat er weinig geldcreatie is en dat banken de samenleving moeilijk kunnen voeden met kunstmatig krediet. Het positieve gevolg daarvan is dat we een stabiele economie hebben. De vraag is alleen of centrale banken deze belofte serieus hebben genomen? Het antwoord daarop is nee. Bekijk eens het verschil tussen de prijs van deze goederen en diensten bij de invoering van de euro en hun prijs vandaag (2017).Is dit prijsstabiliteit [14]?

[14] Prijsinflatie Nederlandse producten/diensten

Bekijk eens deze grafiek van de koopkracht van de Amerikaanse dollar sinds de oprichting van de Federal Reserve [15]. 

[15] Koopkracht Amerikaanse Dollar

Dan zie je dat de Amerikaanse munt meer dan 96% van zijn waarde heeft verloren. Als we nog eens deze grafiek uit de vorige lessen bekijken, dan zie je duidelijk dat de prijzen in de VS juist onstabieler werden na het oprichten van een centrale bank [16].

[16] Consumentenprijsindex Verenigde Staten (1900=25)

 In de komende lessen zul je erachter komen wat de consequenties zijn van het feit dat centrale banken zich niet aan deze cruciale belofte hebben gehouden.  Maar nu zijn we aan het einde gekomen van deze les. Wat we in deze les hebben geleerd, is dat: 

•    Een centrale bank een partnerschap is tussen bankiers en staat met als doel een beschermde monopoliepositie te creëren voor een kleine club bankiers. 

•    De belangrijkste centrale bank van de wereld, de Federal Reserve, een private instelling is die mee werd opgericht door bankiers. 

•    De DNB niet helemaal bestuurd wordt door de staat, maar ook gedeeltelijk door de oud-aandeelhouders. 

•    De oud-aandeelhouders invloed hebben op het beleid van de DNB en dat dit tot een belangenconflict zou kunnen leiden, omdat de DNB toezicht moet houden op de oud-aandeelhouders. 

•    Centrale banken zich niet aan een cruciale belofte hebben gehouden, nl. om voor prijsstabiliteit te zorgen. 

Volgende les, zul je erachter komen hoe centrale bankiers de staat en bankiers helpen ten koste van de bevolking. 



Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.