Geschiedenis van Bankieren. #9


Deze les gaan we zien hoe bankieren in de loop van de geschiedenis is veranderd, wat moreel bankieren is en hoe bankiers geld kunnen creëren uit het niets. Dus om te beginnen… Wanneer bankieren nou echt is ontstaan, daar zijn de geschiedkundigen het niet helemaal over eens. Wat wel duidelijk is, is dat er al banken waren in het oude Griekenland, zo’n 400 jaar voor Christus. In die tijd waren banken ondergebracht in tempels, omdat die de veiligste plek waren in de samenleving.

Je kon in de klassieke oudheid op twee manieren geld deponeren bij een bank. Zo had je een vraagdeposito. Dat houdt in dat je geld dat je bij je bank stort op elk moment kon terugvragen. Dit noemen we 100%-reservebankieren. De bank verdient dan geld door jou opslagkosten te laten betalen. Dit kun je zien als de depositobank zoals beschreven in les 6. 

Maar je had ook een termijndeposito. Dat houdt in dat je pas je geld kon opvragen bij een bank na een afgesproken tijd. Dit kun je vergelijken met de zakenbank zoals besproken in les 6. Dit type bank verdiende dan geld aan het renteverschil tussen spaarder en lener. Stel: ik stort een termijndeposito van 100 gouden munten bij een bank in ruil voor 4% rente. Dan kon de bankier dat geld uitlenen tegen bijvoorbeeld 7% rente. Dan maakte de bankier als het goed ging drie gouden munten winst. 

Deze beide vormen van bankieren noemen we ook wel moreel bankieren om aan te duiden dat bankiers niet doen aan geldmanipulatie. De Romeinen, een paar eeuwen later, namen dit principe van moreel bankieren, net als de Grieken, zeer serieus. Zo wilden de Romeinen ook voorkomen dat bankiers geld creëerden uit het niets. De Romeinen bedachten hier zelfs regels voor: zo mocht je alleen bankieren als je lid was van een zogenoemde Societates Argentariae, wat een bank vereniging was. Als lid was je verplicht om zelf kapitaal in te brengen. Bovendien was je aansprakelijk voor het gedrag van andere bankiers. Mocht één van je collega-bankiers fraude plegen, dan moest jij met je eigen kapitaal de schade vergoeden. Het gevolg hiervan was dat bankiers weinig fraude pleegden. Zoals we allemaal weten, viel het Romeinse Rijk om uiteenlopende redenen uit elkaar. De Westerse wereld belandde toen in de donkere middeleeuwen, waar er weinig handel en specialisatie plaatsvond. Dit had tot gevolg dat geld en bankieren tot op zekere hoogte verdwenen van het Europese toneel. 

Tijdens de renaissance, zo rond de 13de eeuw, kwamen commercie en specialisatie opnieuw tot bloei in het Westen. Zo ontstonden de eerste ‘moderne’ banken in Italië. Het woord ‘bank’ komt daarom ook uit Italië en is afgeleid van het Italiaanse woord ‘banchieri’. Men noemde de banken zo in die tijd omdat bankiers altijd achter een toonbank werkten. ‘Toonbank’ in het Italiaans is, zoals je vast al kunt raden, ‘banco’. De stad Florence kon in die tijd beschouwd worden als het financiële centrum van de wereld. Dit had uiteenlopende redenen, maar de belangrijkste was het feit dat de bankiers in die tijd deden aan moreel bankieren. Zo werden eigendomsrechten in deze stad erg serieus genomen. Florence was in die zin een uitzondering in de wereld, omdat op de meeste plekken geld altijd werd gemanipuleerd door de heersers. 

Wellicht begrijpen we nu beter waarom de gulden, zoals ik in les 3 al vertelde, oorspronkelijk uit Florence afkomstig is. Het symbool voor onze oude gulden stond letterlijk voor ‘Florijn’. Uiteindelijk gingen de Florentijnse banken failliet aan het einde van de 14de eeuw. Dat kwam voornamelijk door de toenemende corruptie in de Florentijnse staat, met als gevolg dat de Florentijnse banken de staat gingen financieren met fictief geld.

Toen verplaatste het financiële centrum zich van het zuiden naar het noorden, naar Amsterdam om precies te zijn. Amsterdam was tot deze positie opgeklommen om dezelfde redenen als Florence eerder: Amsterdam was in die tijd namelijk één van de weinige plekken in de wereld waar je eigendomsrechten werden beschermd door de staat. Nederland had in vergelijking met andere landen geen monarch die hongerig was naar macht, maar een gedecentraliseerd politiek stelsel, wat ervoor zorgde dat de eigendomsrechten gerespecteerd werden. Ook in Amsterdam werd aan moreel bankieren gedaan. Bankiers en de staat creëerden dus geen geld uit het niets. Zo werd Amsterdam de meest kapitalistische stad van de wereld. 

Ik heb in de afgelopen lessen meerdere malen geclaimd dat stabiel geld tot welvaart leidt. In deze tabellen kun je duidelijk zien waarom. In de eeuwen waarin Italië het toonbeeld was van moreel bankieren waren de Italiaanse burgers de rijkste van de wereld [1]. 

[1] Landen naar BBP per hoofd ($)

Landen naar BBP per hoofd ($) 1300 1400 1500

Toen de Italianen zich afkeerden van moreel bankieren en de Hollanders dit principe wel omarmden, werden de Hollanders de rijkste burgers van de wereld en dat eeuwenlang. Je ziet het: in 1600 waren de Hollanders minstens twee keer zo rijk als enig ander volk ter wereld [2]. 

[2] Landen naar BBP per hoofd ($)

Landen naar BBP per hoofd ($) 1600 1700 1800

Op vele plekken in Europa probeerde men dit kapitalistische model uit Nederland te kopiëren. Zo probeerden Zweden en Engeland dit model van bankieren te kopiëren, maar het ging altijd mis. Het ging mis om dezelfde reden waarom het de hele geschiedenis al mis was gegaan: heersers wilden altijd meer macht en daarom voelden ze altijd de behoefte om geld te manipuleren. Ook de overheid van Amsterdam kon uiteindelijk niet met die macht omgaan. Zo lieten de Amsterdamse ambtenaren de beroemde Wisselbank van Amsterdam toe toch stiekem geld te creëren uit het niets. Het gevolg was dat een van de meest succesvolle banken in de geschiedenis de deuren moest sluiten. 

Wat wordt er nu precies bedoeld met geld creëren uit het niets? Dit betekent dat bankiers niet doen aan 100%-reservebankieren, maar aan fractioneel bankieren. Om dit concept te begrijpen, moeten we naar het boekhoudkundige aspect kijken van een bank. Hier zie je hoe een balans eruitziet als een bank aan 100%-reservebankieren doet [3]. Met andere woorden: dit is een bank die geen geld creëert uit het niets. 

[3] 100% reserve bankieren

Hier zie je dat de bank 100.000 euro aan contant geld heeft van mijnheer Gerrit. Dat is het bezit van de bank. De schuld van de bank bedraagt ook 100.000 euro. De bank heeft die schuld omdat ze 100.000 euro verschuldigd is aan mijnheer Gerrit. 

Maar stel: de bank besluit aan fractioneel bankieren te doen en houdt een ratio aan van 1:10. Ze leent het geld uit aan mevrouw Mies. Dan ziet het er als volgt uit [4]. 

[4] Fractioneel Bankieren Scenario 1

Mies leent dit geld omdat ze het geld wil uitgeven. Laten we zeggen dat Mies met dat geld een boot koopt van mijnheer Piet. Dan ziet de bankbalans er zo uit [5]. 

[5] Fractioneel Bankieren Scenario 2

Je ziet dus nu hoe de bank geld creëert uit het niets. Dan kun je denken: “Ja, maar er is toch alleen maar 100.000 euro in deze mini-economie." Deze analyse klopt. Maar als je in deze samenleving iedereen gaat vragen hoeveel geld ze hebben, dan zal Gerrit zeggen dat hij 100.000 euro heeft. Mijnheer Piet zou zeggen dat hij 90.000 euro heeft. Zo zie je dat de geldhoeveelheid door toedoen van de bankier is gestegen van 100.000 naar 190.000 euro. Maar het blijft niet bij die 90.000 euro geldcreatie uit het niets. Die 90.000 euro die de bank heeft uitgeleend, komt ook weer terecht bij de bank, zoals je ziet. We leven namelijk in een samenleving waar het geld door het bancaire systeem vloeit. We bewaren het meeste van ons geld niet thuis. Piet in dit voorbeeld ook niet.

 De bank kan volgens het principe van fractioneel bankieren dat geld van mijnheer Piet tegen een ratio van 1:10 weer doorlenen aan mijnheer Jaap. Dan ziet de balans er zo uit [6]. 

[6] Fractioneel Bankieren Scenario 3

Als je nu in deze minisamenleving aan iedereen vraagt hoeveel geld ze hebben, dan antwoordt Gerrit 100.000 euro, Piet 90.000 euro en Jaap 81.000 euro. De geldhoeveelheid is dus gegroeid met 171.000 euro. Vraag daarna eens aan deze minisamenleving hoeveel schulden ze hebben. Dan bedraagt het totale schuldbedrag ook precies 171.000 euro. Zo zie je dat geldcreatie door de bankier ook extra schuld betekent en deze schuld kan nog veel verder oplopen met fractioneel bankieren. 

In deze tabel kun je dit proces systematisch observeren. Zo zie je hier hoe het bankensysteem, door een ratio van 1:10 te hanteren, van 100.000 euro aan deposito’s door middel van fractioneel bankieren 1 miljoen euro kan maken [7]. 

[7] Fractioneel bankieren proces

fractioneel bankieren proces

Dus 9 ton geldcreatie uit het niets en 9 ton extra schuld uit het niets! Moet je ook nagaan dat vandaag de dag banken een ratio hanteren van rond de 1:20. Dus in het vorige verhaal zou de bank van die 100.000 euro 95.000 euro uitlenen [8]. 

[8] Leverage Ratio Nederlandse Banken 1900-2010

Deze praktijken waren dus duizenden jaren lang niet toegestaan omdat ze beschouwd werden als fraude. Geld creëren uit het niets is namelijk een vorm van diefstal. Zo kan een bankier wel geld creëren uit het niets, maar dat zal er nooit voor zorgen dat er meer goederen beschikbaar zijn in de economie. Geld is immers gewoon een middel om mee te ruilen en te sparen. Duizenden jaren lang probeerden bankiers illegaal, vaak met de hulp van machthebbers, dit soort praktijken uit, maar het ging altijd mis. Zo ging het al mis 377 jaar voor Christus in het oude Griekenland, waar banken failliet gingen omdat ze geld probeerden te creëren uit het niets. In de volgende les zul je erachter komen waarom dit precies mis ging. 

Na eeuwen strijd was het de staat en de bankiers toch gelukt om fractioneel bankieren te legaliseren. Zo stelde de Engelse rechter Sir William Grant in 1811 dat het geld dat jij bij een bank plaatst niet meer van jou is. Volgens deze rechter is al het geld dat je bij de bank plaatst niets anders dan een lening die jij verstrekt aan een bank in ruil voor rente. Dit rechtsprincipe geldt tot op vandaag. Wat dit eigenlijk betekent, is dat al het geld dat jij op je bankrekening hebt feitelijk niet van jou is. Het is ook belangrijk te begrijpen dat door het toestaan van fractioneel bankieren banken een speciale behandeling kregen ten opzichte van elk ander bedrijf. In een kapitalistische economie moet een partij zijn contracten nakomen. Kan een partij dat niet, dan moet de rechtbank het failliet uitspreken. Een bank die aan fractioneel bankieren doet, zou failliet moeten worden verklaard. Laten we het voorbeeld van daarnet opnieuw bekijken. De bank is eigenlijk failliet, want de bank heeft alleen 19.000 euro aan contanten. Ze kan Jaap en Piet nooit terugbetalen, als zij hun geld terug willen. 

Het argument dat gebruikt werd om fractioneel bankieren goedgekeurd te krijgen, was dat fractioneel bankieren beschouwd werd als een bedrijfsrisico dat een bank neemt, net zoals elk ander bedrijf. Maar mensen vergeten daarbij één ding: een bedrijf neemt risico’s met eigen geld. Een bank daarentegen neemt geen risico’s met eigen geld, maar met het geld van spaarders.

Fractioneel bankieren had echter heel veel voordelen voor overheden en bankiers, zoals ik eerder heb uitgelegd in les 3. Zo kan de staat meer geld uitgeven en de bankier kan meer geld verdienen. Dat gaat allemaal ten koste van het volk. Daarom is het erg jammer dat moreel bankieren na de terugval van Amsterdam als financieel centrum nooit terug is ingevoerd. Daarvoor zal de wereld nog een grote prijs betalen. Wat die prijs is, zal je in latere lessen ontdekken. 

Tot slot: wat hebben we deze les geleerd?

  • •    Dat moreel bankieren inhoudt dat banken geen geld kunnen creëren uit het niets. 
  • •    Dat fractioneel bankieren inhoudt dat banken geld creëren uit het niets. 
  • •    Dat de landen die aan moreel bankieren deden, de rijkste landen waren van de wereld. 
  • •    Dat in de 19de eeuw fractioneel bankieren legaal werd, hoewel het tegen alle basisprincipes van het kapitalisme inging. 

Volgende les: de schade ten gevolge van fractioneel bankieren.