Geld van het verleden en van het heden. #3


In deze les gaan we bekijken welke geldsoorten we voornamelijk gebruikten in het verleden, hoe papiergeld is ontstaan, wat voor geld we vandaag gebruiken en wat de gevolgen daarvan zijn.

Er is een permanente ontwikkeling geweest om erachter te komen welke ruilmiddelen het efficiëntst waren om te gebruiken. Al snel kwam men uit op edelmetalen. Zo gebruikte de oude Irakezen al 2000 jaar voor Christus edelmetaal als geld. Dit universele gebruik van edelmetaal als geld duurde bijna 4000 jaar.

Wat edelmetalen als goud en zilver zo geschikt maakt in vergelijking met andere ruilmiddelen is het volgende:

Ten eerste zijn goud en zilver schaars. Dat is erg belangrijk, want hoe schaarser een goed, hoe hoger de verkoopbaarheid is. Of anders gezegd: hoe gemakkelijker het is om het te ruilen. Goud en zilver zijn luxegoederen en voor luxueuze goederen is er altijd een ongelimiteerde vraag. Dit is één van de redenen waarom deze edelmetalen uitermate geschikt zijn als ruilmiddel. Nu snap je waarom andere goederen zoals gras of strandzand niet als geld kunnen functioneren: omdat ze simpelweg niet schaars zijn.

Ten tweede zijn goud en zilver deelbaar. Zo zijn goud en zilver gemakkelijk om te smelten. Omdat goud en zilver homogeen zijn, zijn ze gemakkelijk onder te verdelen in vaste, duidelijke eenheden. Zo is elk stukje goud van 10 gram net zoveel waard als elk ander stukje goud van 10 gram. Daarom functioneerden edelstenen net als diamanten, die nog schaarser zijn dan goud en zilver, niet goed als geld omdat diamanten moeilijker deelbaar zijn.

Ten derde zijn goud en zilver ook heel duurzaam: ze gaan heel lang mee en zijn bijna niet kapot te krijgen. Dat heeft twee positieve gevolgen. Gevolg 1: je kunt goud en zilver heel goed opsparen, want ze vergaan bijna niet, dus je houdt je waarde vast. Het tweede positieve gevolg is dat prijzen stabiel blijven dankzij goud. Dit komt doordat het duurzaam is: er is altijd een grote voorraad. Al het goud dat uit de grond wordt gehaald, vormt slechts een klein stukje van de hoeveelheid goud die er al is. Zo wordt er jaarlijks gemiddeld rond 1,5% goud uit de grond gehaald van de totale hoeveelheid die er in de wereld in omloop is. Dat maakt de prijs dus stabiel.

Ten vierde hebben goud en zilver ook een hoge waarde qua soortelijk gewicht.Dat is een belangrijk aspect bij een ruilmiddel, dat de handel vergemakkelijkt. Neem bijvoorbeeld koper: daar moest je vroeger kilo’s van meedragen voor je dagelijkse transacties in tegenstelling tot gouden of zilveren muntjes, die wel genoeg waarde hadden voor de meeste transacties.

5. Ten vijfde waren goud en zilver dankzij hun hoge waarde qua soortelijk gewichteenvoudig en goedkoop op te slaan.

Het is ook interessant om te weten dat vele valuta met namen uit het verleden oorspronkelijk een benaming waren voor een gewichtseenheid van goud of zilver. 

Zo komt de dollar bijvoorbeeld oorspronkelijk uit Tsjechië. Het was een benaming voor een zilveren munt van circa 28 gram. Die munten werden gemaakt door een graaf die in Joachimsthal woonde. Daarom noemde men die munt in die tijd “thaler” wat uiteindelijk vervormd werd tot “dollar”.

De gulden stamt af van een gouden munt van 3,5 gram uit de Italiaanse stad Florence. Die munt heette fiorino d’oro, in het Nederlands gouden florijn. De naam “gulden” was een synoniem dat in die tijd vaak werd gebruikt voor gouden florijn.

Het Britse pound sterling, zoals de naam het al aangeeft, is een benaming voor in dit geval een tower pound zilver.

De volgende vraag is dan: hoe is papiergeld ontstaan?

Hoe papiergeld in gebruik werd genomen, ging als volgt: doordat mensen behoefte hadden om hun welvaart ergens veilig op te slaan, ontstonden er banken, die in ruil voor opslagkosten iemands goud of zilver veilig opborgen in ruil voor een bon. Die bon (met bijvoorbeeld 10 gram goud erop) gaf de eigenaar het recht om daarmee zijn 10 gram goud op eender welk moment op te halen.

Mensen kwamen toen op het idee om die bonnen te gebruiken als ruilmiddel, omdat het soms veiliger en gemakkelijker was om papier te vervoeren dan het fysieke edelmetaal! Bovendien was papiergeld ook gemakkelijker te tellen. Daaruit ontstond het papier als ruilmiddel, dus met andere woorden papiergeld. Zo werd papiergeld voor het eerst gebruikt in de marktplaats.

Maar vergis je niet: papiergeld was niks anders dan een vervangmiddel voor goud of zilver. Met andere woorden: papiergeld had een vaste, onderliggende waarde in goud of zilver. 

         

Dat zie je op dit oude 20-dollarbiljet (1) ook staan: 20 dollar in “gold coins. Payable to the bearer on demand”. Wat betekent dat je dit briefje altijd kon inwisselen voor een 20-dollarmunt van circa 30 gram goud (2).

Waarom papiergeld een vaste, onderliggende waarde had, had één simpele reden: geld wordt gebruikt als ruilmiddel en als middel om mee te kunnen sparen. Goud en zilver zijn gekozen puur omdat ze een goed ruilmiddel en middel om mee te sparen zijn vanwege de eerder genoemde eigenschappen.

Papiergeld mist één heel belangrijke eigenschap: het is niet schaars! Papiergeld kan namelijk gecreëerd worden uit het niets. Daarom is het heel belangrijk dat het een vaste, onderliggende waarde heeft. Anders kan iemand die het papiergeld controleert, zoveel geldeenheden maken als hij wil.

Maar meer papiergeld zorgt er niet voor dat er meer goederen beschikbaar zijn op de markt. Meer papiergeld zorgt er alleen voor dat de waarde van het geld afneemt en prijzen dus omhooggaan. Dat is de reden dat geldvervalsing verboden is.

Het geld dat wij vandaag gebruiken, heeft geen onderliggende waarde in goud. Zo heeft de staat in 1971 bepaald dat de totale controle over de geldcreatie in handen moest komen van bankiers. Sindsdien hebben we fiat geld (geld dat gecreëerd kan worden uit het niets).

Ik wil jullie nu de gevolgen hiervan laten zien. Door het feit dat de euro natuurlijk nog niet bestond in 1971, ga ik dit duidelijk maken met twee andere ’valuta.

In grafiek (3) kun je zien hoe de geldbasis in Amerikaanse dollar is toegenomen sinds 1971. De geldbasis is een graatmeter die ons helpt vast te stellen hoeveel geld er in de economie zit. Zo was de geldbasis in 1971 nog 66 miljard dollar en is dat vandaag rond de 4000 miljard.


Met het Britse pond zien we in deze grafiek hetzelfde beeld. Je ziet dat de geldhoeveelheid in het Verenigd Koninkrijk ongeveer 100 jaar lang relatief stabiel was. Sinds 1971 is die hoeveelheid in snel tempo toegenomen.

Meer geldeenheden zorgen echter niet voor meer koopkracht. Een consumentenprijsindex kan hier een goede indicatie van geven. Zo is een CPI een maatstaf voor het meten van gemiddelde prijzen. Als de CPI, zoals in deze grafiek (5), op 25 staat in 1900 en in het jaar 2000 op 500, dan betekent dit dat de gemiddelde prijzen 20 keer hoger zijn.

Je kunt de ontwikkeling van de  consumentenprijzen zien in de VS. Je ziet dat prijzen heel stabiel waren toen het geld gekoppeld was aan goud. Wat je in 1800 kon kopen met 1 dollar, kon je in 1940 kopen met 82 cent! Prijzen gingen dus tussen 1800 en 1940 met 18 procent omlaag. Maar in deze grafiek zie je ook een spectaculaire prijsstijging sinds de ontkoppeling van het geld aan het goud. Wat 1 dollar kostte in 1970, kost vandaag meer dan $ 6,32 , m.a.w. een prijstoename van meer dan 530%.

In Nederland zien we deze trend nog duidelijker (6). Prijzen waren heel stabiel in Nederland van 1600 tot 1936. De prijzen daalden zelfs tussen 1800 en 1936 met 29%. Sinds de gulden geen onderliggende waarde in goud meer heeft, zijn de prijzen maar liefst met 2100% gestegen. 

Hier boven kun je dit zien voor individuele goederen in Nederland. Zie maar hoe de prijs van goederen als brood en aardappelen is gestegen. Prijzen zijn eigenlijk nooit gestegen: het is de waarde van ons geld dat kunstmatig wordt verlaagd door de staat en de bankiers, die geld kunnen creëren uit het niets. Wij vinden het normaal dat prijzen omhooggaan zonder goed te begrijpen waarom dat zo is. Zie deze prijzenlijst voor het jaar 2000 en voor vandaag als voorbeeld (8). Je ziet hoe de prijs van een patatje, van pindakaas en van een biertje omhoog is gegaan.

Inflatie, zoals we geleerd hebben, betekent gewoon dat de prijzen omhooggaan. Maar prijzen kunnen niet gewoon omhooggaan: er zijn namelijk twee redenen die ervoor kunnen zorgen dat prijzen in de algehele economie omhoog kunnen gaan.

Reden 1: er is minder productie, wat betekent dat er minder goederen en diensten worden voortgebracht.

Reden 2: er worden meer ruilmiddelen, met andere woorden geld, gecreëerd. 

Als we deze grafiek (9) bekijken van de geldhoeveelheid in Nederland, zien we dat de geldhoeveelheid bijna verdrievoudigd is sinds het jaar 2000. Zo was de geldhoeveelheid in 2000 zo rond de 350 miljard euro en vandaag bedraagt die rond de 900 miljard. Aangezien we natuurlijk onze hoeveelheid goederen en diensten niet hebben verdrievoudigd, is het niet zo gek dat de prijzen die ik jullie net liet zien zo zijn gestegen. Dus alle prijzen die jij omhoog ziet gaan, zijn een vorm van verborgen belasting door de staat en de bankiers. Dan zou je kunnen denken: waarom creëren ze dan meer geld?

Reden 1: de staat kan dan dieper in de schuld gaan omdat de staat veel van dat gecreërde geld leent en uitgeeft.

In deze grafiek (10) kun je duidelijk zien hoe de Nederlandse staat sinds 1971 op recordsnelheid dieper in de schuld is gegaan. Zo was de staatsschuld in 1970 34 miljard en nu zo rond de 466 miljard euro.

In de Verenigde Staten zie je dezelfde trend: zo zie je hier de schuld vanaf de beginjaren van de VS en dat die sinds 1971 is geëxplodeerd . Zo bedroeg de schuld toen 370 miljard euro en vandaag bijna 20.000 miljard. Voor het Verenigd Koninkrijk hetzelfde verhaal: de schuld in 1970 bedroeg ongeveer 33 miljard pond, vandaag bedraagt die 1640 miljard pond (12).

De tweede reden voor die geldcreatie uit het niets is dat de banken meer geld kunnen uitlenen. Op deze manier kunnen banken meer geld verdienen, want hoe meer schuld in de samenleving, hoe meer inkomsten. 

Observeer  grafiek (13), daar kun je de Nederlandse private schuld zien. Deze schuld omvat voornamelijk de huishoudelijke- en ondernemingsschuld. Deze schuld is opgelopen van ongeveer 36 miljard euro in 1971 naar ongeveer 1610 miljard euro vandaag: een toename van meer dan 4300%. 

In deze grafiek (14) kun je zien hoe de private schuld van de VS is opgelopen van 990 miljard in 1971 naar meer dan 27500 miljard dollar. Dat is een 27 keer hogere schuld dan 4,5 decennia terug. Deze trend van “extra schuld” zien we overal in de wereld en vooral in de westerse wereld terug.

Je ziet dus dat door de ontkoppeling van het goud als onderliggende waarde van geld, het geld een heel andere functie heeft gekregen. Zo was geld oorspronkelijk een middel dat we gebruikte voor de redenen die we besproken hebben in les 1 en 2. Geld maakt ruilhandel overbodig, met als gevolg dat de handel sneller verloopt en mensen kunnen specialiseren en innoveren. Geld maakt ook sparen mogelijk en tot slot zorgt geld ervoor dat we een economische calculatie kunnen maken.

Tegenwoordig heeft geld een heel andere functie gekregen. Nu is het een middel geworden dat overheden en bankiers kunnen creëren uit het niets met als gevolg dat de samenleving dieper in de schuld gaat en dat prijzen alsmaar stijgen. Deze evolutie in de functie van geld vertelt ons iets over de economische problemen die we de afgelopen jaren hebben gekend. Het schetst ons ook een beeld van welke problemen we de komende jaren zullen kennen. Maar die uitleg is voor latere lessen. Eerst moeten we een aantal economische basisprincipes en de geschiedenis rondom dit onderwerp beter begrijpen.

Tot slot wat we deze les hebben geleerd:

- Goud en zilver werden universeel als ruilmiddel gebruikt vanwege hun unieke, goede eigenschappen;

- Papiergeld was in het verleden niks anders was dan een vervangmiddel voor goud en zilver om de handel te vergemakkelijken.

- We gebruiken sinds 1971 geen geld meer met een onderliggende waarde, met als gevolg dat geld gecreëerd kan worden uit het niets en we hogere prijzen en meer schulden hebben.


Volgende les ga ik uitleggen hoe het geld zou werken in een vrije samenleving waar de overheid zich niet met het geld bemoeit.


Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.