De goudstandaard en de grootste geldroof van onze tijd. #14


Deze les bespreken we hoe bankiers met hulp van de staat absolute controle kregen over ons geld. We gaan ontdekken wat de goudstandaard is, hoe de goudstandaard verdween en wat daarvan gevolgen waren. 

We hebben afgelopen lessen gezien wat voor problemen de staat creëerde in de 19de en begin 20ste eeuw: 

  • De staat voerde een monopolie op het geld in.  
  • De staat legde een wettig betaalmiddel op. 
  • Fractioneel bankieren werd gelegaliseerd. 
  • Er werd een centrale bank opgericht. 

Ondanks al deze maatregelen, die machtsbeluste politici en bankier toelieten meer geld te creëren, bestonden er nog altijd limieten op de geldcreatie: het geld had namelijk nog een onderliggende waarde in goud. Dit geldsysteem noemen we de goudstandaard. Elke valuta had een vaste, onderliggende waarde in goud. Zo had bijvoorbeeld één Amerikaanse dollar een vaste waarde van ongeveer 0,8 gram goud. Binnen de grenzen van één land konden overheid, centrale bank en commerciële banken eindeloos geld creëren uit het niets. Onder een systeem met goudstandaard zou dit echter noodlottige gevolgen hebben voor dat land, omdat het dan zijn goudreserves zou verliezen. 

Ik ga nu een verhaal vertellen om dat te verduidelijken. Stel dat de De Nederlandsche Bank (DNB) onder een goudstandaard uit het niets guldens zou creëren zonder dat er meer reserves aan goud voorhanden zijn. Dan krijg je prijsinflatie in Nederland. Die extra guldens zorgen namelijk niet voor meer goederen op de markt. Door deze inflatie stijgen de inkomens in gulden van Nederlanders. De export van Nederlandse goederen zal dalen omdat Nederlandse goederen relatief duurder zullen zijn geworden dan buitenlandse goederen. De import van buitenlandse goederen in Nederland zal stijgen, omdat Nederlanders door hun toegenomen inkomens met hun guldens meer kunnen kopen uit het buitenland.  Nederland zal af te rekenen krijgen met een negatieve handelsbalans, doordat Nederland kunstmatig meer importeert dan het exporteert. Nederlanders importeren bijvoorbeeld meer auto’s uit de VS of ze kopen meer chocola uit Zwitserland. Amerikanen en Zwitsers zullen hun ontvangen guldens niet uitgeven voor Nederlandse goederen, omdat die relatief duurder zijn dan buitenlandse goederen vanwege de geldcreatie door de DNB. Ze zullen hun guldens ook niet sparen op Nederlandse bankrekeningen, omdat door de geldcreatie van de DNB de rente in Nederland is gedaald. Een extra aanbod aan guldens zorgt namelijk voor lagere rentes. De spaarrentes in het buitenland zullen dan ook relatief hoger liggen. Als buitenlanders hun guldens niet gebruiken om te consumeren en te sparen, dan kunnen ze hun guldens inwisselen voor goud. Kunstmatige geldcreatie zorgt er dus voor dat goud uit Nederland weg zal stromen. De koopkracht van Nederlanders zal op termijn dalen, omdat ze niet eeuwig meer kunnen consumeren dan produceren. Als Nederland zijn gouduitstroom wil stoppen, moet het de geldhoeveelheid verkleinen. Dat betekent stoppen met geldcreatie. Dit was de kracht van goud. Het legde de staat en bankiers een limiet op bij het excessief geld creëren uit het niets. Dit zorgde voor ongekende stabiliteit en economische groei. 

In deze tabel is dit goed te zien [1]. Je ziet dat de wisselkoers van de gulden met valuta’s als het Britse pond en de Franse frank nagenoeg stabiel bleef gedurende een kleine eeuw. Aan de goudprijs per kilo kun je ook zien dat de geldcreatie miniem was. Zo steeg de goudprijs in 97 jaar maar met 1,16%.

[1] Wisselkoersen 1820 - 1913Wisselkoersen  Gulden 1820 - 1913

 Dat vormt een groot contrast met onze euro: zo steeg de goudprijs sinds de invoering van de euro met ongeveer 250%. [2]

[2] Goudprijs in €, per troy ounce (31,1 gram) 

Goudprijs in €, per troy ounce (31,1 gram)

De prijsstabiliteit die we kenden in de 19de en begin 20ste eeuw stopte tijdens de Eerste Wereldoorlog. Centrale banken in heel Europa zetten de geldpersen aan het werk om de oorlog te financieren, met als gevolg dat de disciplinering door het goud werd losgelaten. 

In deze grafiek kun je zien wat ik hiermee bedoel. Je ziet hier de balans van de centrale bank van het Verenigd Koninkrijk [3].

[3] Bezit Bank of England Bezit Bank of England

 We hebben afgelopen les gezien dat als een centrale bank geld wil creëren, het schulden opkoopt met vers gecreëerd geld. Dat zorgt er dan voor dat die centrale bank meer bezit, dus meer waarde heeft staan op haar balans. In deze grafiek [1] kun je zien dat die balans explosief aangroeide tijdens de Eerste Wereldoorlog: met ongeveer 150%. Dit soort explosieve stijgingen vonden overal plaats in Europa en dit zorgde ervoor dat Europese landen even van de goudstandaard gingen. Het was dus gedurende enige tijd niet meer mogelijk geld in te wisselen voor goud. Europa schakelde uiteindelijk na de Eerste Wereldoorlog terug over op de goudstandaard.  Europese landen wilden hun geld echter niet devalueren na de Eerste Wereldoorlog; ze wilden dezelfde goudwaarde voor hun munt behouden.

Nemen we de Britten als voorbeeld. Eén Britse pond was vóór de oorlog iets minder dan 7 gram goud waard. Na de Eerste Wereldoorlog wilden de Britten dezelfde dekking hanteren. Dat was absurd, aangezien de geldhoeveelheid in circulatie met ongeveer 160% was toegenomen [4]. 

[4] Geld in circulatie Verenigd Koninkrijk (in miljoenen £)

Geld in circulatie Verenigd Koninkrijk (in miljoenen £)

De Europeanen hielden zich dus niet aan de goudstandaard. Normaal gesproken zou dit ertoe leiden dat goud van Europa naar de VS zou vloeien, omdat de geldcreatie in de VS over het algemeen niet zo explosief was. Maar in de VS bestond sinds 1913 ook een centrale bank. De Federal Reserve (FED) kon het goudverlies in Europa stoppen door zelf massaal geld te creëren. Hier zie je hoe de FED de geldvoorraad liet aanzwellen met 61% in een kleine tien jaar tijd [5].

[5] Geldvoorraad Verenigde Staten (in miljarden $)

Geldvoorraad Verenigde Staten (in miljarden $)

We hebben in de afgelopen lessen gezien dat geldcreatie door één enkele bank moeilijk ligt, omdat die bank dan langzaam haar reserves verliest aan banken die minder geld creëren uit het niets. We hebben toen gezien dat de centrale bank een bankenkartel creëerde binnen één land, wat ervoor zorgde dat banken binnen een land tegen hetzelfde tempo geld konden creëren uit het niets. Maar we hebben daarnet ook gezien dat de goudstandaard aan nationale centrale banken limieten oplegde inzake excessieve geldcreatie. Zo niet, dan zouden landen hun goudreserves zien verdwijnen richting andere landen. Maar in 1913 hadden alle landen in het Westen een centrale bank en ook die konden een kartel vormen. De goudstandaard werd hierdoor omzeild. Gevolg: we kenden in de jaren 20 de grootste kredietexpansie in de geschiedenis van de mensheid. 

Zoals ik al eerder belicht heb in les 10, zorgt kunstmatige kredietexpansie niet tot duurzame economische groei. Het creëert enkel een ‘boom’ die gevolgd wordt door een ‘bust’. De econoom von Mises en Nobelprijswinnaar Hayek, die deze theorie hebben ontwikkeld, konden daarom in de jaren 20 al voorspellen dat er een grote economische crisis zou volgen. We beleefden vanaf 1929 inderdaad de grootste economische crisis uit de geschiedenis van de mensheid: de Grote Depressie. Een economische crisis betekent niets minder dan dat de economische activiteit snel terugloopt. Er wordt dus minder geld verdiend, met geldverlies als gevolg. Denk maar aan de zeppelinindustrie na de ramp met de Hindenburg. Na deze gebeurtenis was er geen vraag meer naar zeppelins, met als gevolg dat alle ondernemers die dachten geld te verdienen met zeppelins zware verliezen leden. Deze ondernemers geraakten dus in een economische crisis. 

Hoe kan het dat honderdduizenden bedrijven wereldwijd, precies rond 1929, dezelfde fout maakten? Hoe kunnen de gevolgen daarvan op drie jaar tijd een dergelijke omvang aannemen over de hele wereld [6]. 

[6] Verandering economische indicatoren 1929 - 1932Verandering economische indicatoren 1929 - 1932

Zoiets kan natuurlijk nooit spontaan ontstaan. Dit soort gebeurtenissen kan alleen maar plaatsvinden door centrale planning. Het was het logische gevolg van het idiote beleid van de centrale bankiers dat de economie helemaal in de war had gebracht. 

Laten we bijvoorbeeld eens naar de Amerikaanse Dow Jones Index kijken. In de eerste 25 jaar van zijn bestaan steeg de DOW van 30 naar 70 punten [7]. Maar je ziet het: de Dow steeg van 70 in 1921 naar 381 punten in 1929.

[7] Dow Jones Industrial Average Index 1896-1929

[7] Dow Jones Industrial Average Index 1896-1929

 Dit is een bubbel. Een bubbel in een bepaalde activaklasse betekent dat de waarde ervan niet gebaseerd is op de fundamentele waarde, maar werd opgeblazen. Alles wat kunstmatig wordt opgeblazen, klapt op een gegeven moment in elkaar. Dit gebeurde ook met de DOW, die van 381 punten daalde naar 41 punten in drie jaar tijd [8].

[8] Dow Jones Industrial Average Index 1896-1932

[7] Dow Jones Industrial Average Index 1896-1932 Je zou logischerwijs zeggen: “Dit is het logische gevolg als je te veel geld creëert uit het niets”. Iets wat ook gebeurde tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Maar de machthebbers vertelden een heel ander verhaal: “Kijk wat voor ramp goud is. Omdat geld gekoppeld is aan goud, kunnen we de economie niet te hulp schieten”. Het is dezelfde denkfout die telkens opnieuw wordt gemaakt. Het probleem blijft de kunstmatige geldcreatie. 

Vanuit deze absurde gedachtegang ging Oostenrijk als eerste van de goudstandaard in 1931. In 1936 volgde Nederland. We gingen over van het gebruiken van dit soort munten [9] naar het gebruiken van waardeloos papier [10]. 

[9] 10 gouden gulden munt

10 gouden gulden munt

[10] 10 gulden biljet 

10 gulden biljet

Ook de Amerikaanse president Roosevelt gaf goud de schuld en beroofde in 1933 de Amerikanen van hun goud. 20 jaar na het ontstaan van de private Federal Reserve, die zogenaamd moest leiden tot een stabiel financieel stelsel, kregen de Amerikanen één maand de tijd om hun goud in te leveren bij deze centrale bank [11]. 

[11] Presidentiële goud confiscatie order President Roosevelt

 Presidentiële goud confiscatie President Roosevelt

Wie zijn goud niet inleverde, riskeerde een gevangenisstraf van tien jaar. Om deze goudroof te verduidelijken, toon ik deze twee biljetten [12][13]. 

[12] 20 Dollar Gold Certificate

20 Dollar Gold Certificate

[13] 20 Dollar Federal Reserve Note

20 Dollar Federal Reserve Note

Het bovenste is een gold certificate van 20 dollar en daaronder zie je een Federal Reserve Note. Het verschil: ging je met het bovenste briefje naar de FED, dan kreeg je goud. Ging je met het onderste briefje naar de FED, dan kreeg je alleen een nieuw briefje. 

De wereld en vooral Europa was in een economische chaos verzeild geraakt door het loslaten van de goudstandaard. Overheden probeerden elkaar, net als vóór de Eerste Wereldoorlog, te beconcurreren door middel van handelsoorlogen en valutamanipulaties, met de Tweede Wereldoorlog als resultaat. Tijdens die Tweede Wereldoorlog besefte men al dat er iets moest gebeuren aan de monetaire chaos die ontstaan was door het loslaten van de goudstandaard. Tijdens de Bretton Woods-conferentie, die plaatsvond tijdens die oorlog, werd er afgesproken dat de wereld terug zou keren naar een dollar-exchange standard. Dit was een soort goudstandaard, omdat de dollar nog gekoppeld zou zijn aan het goud. Alleen buitenlandse centrale banken konden 35 dollar omwisselen voor 28 gram goud. Dit systeem was gedoemd om te mislukken, omdat macht over geld altijd corrumpeert. De FED creëerde inderdaad te veel geld na de oorlog. Hier zie je hoe de FED de geldbasis tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en 1971 liet verdubbelen [14]. 

[14] Geldbasis Verenigde States 1945-1971(in miljarden $)

Geldbasis Verenigde States (in miljarden $)

Een aantal Europese landen deed niet mee aan deze excessieve geldcreatie, met als gevolg dat de FED zijn goudreserves tegen snel tempo verloor aan sommige Europese centrale banken. Volgens president Nixon was dit niet de schuld van de FED, maar van buitenlandse speculanten. Hij sloot daarop de zogenoemde ”gold window”. Vanaf dan kon niemand meer dollars inwisselen voor goud. Dit was een historisch moment voor de wereld: voor het eerst hadden centrale bankiers de totale controle over de geldcreatie. 

Je gaat nu aantal; belangrijke grafieken zien, waar je duidelijk dezelfde trend kunt observeren. Je gaat de geld/schuld/prijsontwikkeling zien van Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, tijdens de goudstandaard, na het einde van de goudstandaard, de periode van de Dollar-Goudstandaard. en de periode na het definitief eindigen van de Dollar-Goudstandaard [15][16][17][18][19][20][21][22][23][24].  

[15] Geldbasis Verenigd Koninkrijk 1870-2017 (in miljoenen £)

Geldbasis Verenigd Koninkrijk (in miljoenen £)

[16] Geldbasis Verenigde Staten 1918-2017 (in miljarden $)

Geldbasis Verenigde Staten 1918-2017 (in miljarden $)

[17] Consumentenprijsindex Nederland (1900=50) 1600-2016

 Consumentenprijsindex Nederland (1900=50) 1600-2016

[18] Gemiddelde voedingsmiddelen prijzen Nederland 1800-2016

[18] Gemiddelde voedingsmiddelen prijzen Nederland 1800-2016

[19] Gemiddelde voedingsmiddelen prijzen Nederland 1800-2016

[18] Gemiddelde voedingsmiddelen prijzen Nederland 1800-2016

[20] Consumentenprijsindex, Verenigd Koninkrijk 1750-2016

Consumentenprijsindex, Verenigd Koninkrijk 1750-2016

[21] Consumentenprijsindex, Verenigde Staten 1800-2017

Consumentenprijsindex, Verenigde Staten 1800-2017

[22] Staatsschuld Nederland 1900-2017 (in miljoenen €)

Staatsschuld Nederland 1900-2017 (in miljoenen €)

[23] Staatschuld Verenigd Koninkrijk 1692-2017

Staatschuld Verenigd Koninkrijk 1692-2017

[24] Staatsschuld Verenigde Staten 1790-2017

Staatsschuld Verenigde Staten 1790-2017

Tot slot wat we deze les hebben gezien:

  • De goudstandaard was het geldsysteem dat ervoor zorgde dat een land moeilijker geld kon manipuleren, omdat een land dan zijn goudreserves verliest.
  • Na de oprichting van de FED in 1913 hadden alle westerse landen een centrale bank. Vanaf dan konden centrale banken samen geld manipuleren met de Grote Depressie als resultaat. De Staat en de centrale bankiers gaven onterecht de goudstandaard de schuld voor deze problemen. Daarom verlieten alle landen in de jaren 30 de goudstandaard.
  • Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ging de wereld op een dollar-goudstandaard over. De VS bleef als enige land op de goudstandaard. Alleen buitenlandse centrale banken konden nog dollars inwisselen tegen goud.
  • Na de oorlog creëerde de FED relatief meer geld dan de Europese centrale banken. Het gevolg was dat de VS goud verloor aan Europa. De VS wou dit goudverlies stoppen en ging van de goudstandaard. Dit had tot gevolg dat de bankiers voor het eerst in de wereldgeschiedenis totale controle kregen over het geld. 

Volgende les zullen we zien hoe centrale bankiers onze economie verziekten.