Bankieren in een vrije samenleving. #6


Deze les gaan we een beter beeld krijgen van hoe de bankensector eruit zou zien als de staat zich niet met bankieren zou bemoeien. Het is erg belangrijk om te begrijpen hoe de staat de bankensector verziekt heeft. We gaan zien hoe bankieren zou werken in een vrije samenleving. Hoe banken transparant en competitief moeten zijn in een vrije samenleving en hoe de staat ervoor heeft gezorgd dat we niets weten over onze banken.

Wat bedoelen we met bankieren in een vrije samenleving? Een vrije samenleving is een samenleving waar de staat zich net zo min bezighoudt met de bankensector als met de schoonmaaksector of de loodgieterij. Net zoals de diensten van schoonmakers en loodgieters worden overgelaten aan de vrije markt, zo worden ook de diensten van bankiers overgelaten aan de vrije markt. De staat in een vrije samenleving houdt zich wel bezig met jouw eigendomsrechten om zo jouw ‘vrijheid’ te waarborgen. Het maakt geen verschil of een loodgieter of bankier fraude pleegt: de staat zal je beschermen tegen dit onrecht.

Net zoals er behoefte is aan kappers, zo is er behoefte aan bancaire diensten. Deze dienstverlening verschilt in niets van de dienstverlening van een kapper. In een vrije markt moeten banken net als kappers een goede reputatie opbouwen door hun klanten goed te helpen. Doen ze dat niet, dan gaan ze failliet. Daarom is het belangrijk dat de bankensector net als elke andere sector overgelaten wordt aan de werking van de markt.

Neem de hedendaagse bankenwereld als voorbeeld: niemand vertrouwt de huidige bankensector echt. Maar lijden die banken onder hun slechte imago? Hoeveel klandizie hebben de banken verloren? Bijna geen... Stel dat diezelfde mensen die geen vertrouwen hebben in hun bank, maar niet zijn overgestapt, ook geen vertrouwen zouden hebben in hun kapper. Zouden ze dan, net als bij hun bank, ook blijven bij dezelfde kapper? Het antwoord is nee: ze zouden naar een andere kapper overstappen. Maar waarom veranderen mensen gemakkelijker van kapper dan van bank?

Om te begrijpen hoe dit zo is gekomen, moeten we eerst begrijpen hoe een bancaire sector zou werken in een vrije markt. In een vrije samenleving zouden er in essentie twee soorten banken ontstaan, omdat banken in een vrije samenleving geen geld mogen manipuleren. Bij het eerste type bank kun je geld sparen of lenen voor een bepaalde tijd en tegen een bepaalde rente. Dit kunnen we een zakenbank noemen. Bij het tweede type bank stort je geld om het veilig te bewaren en voor een efficiënt betaalverkeer. Deze bank gebruik je voor je dagelijkse betaaltransacties. Dit zouden we een depositobank kunnen noemen.

Vorige les hebben we de vijf essentiële functies besproken die banken vervullen in een samenleving. In deze opdeling kunnen banken dezelfde functies vervullen. Zo zouden we de functies als volgt kunnen onderverdelen onder deze twee typen banken:

  • Zakenbanken vormen dus een tussenpersoon tussen spaarder en lener, een tussenpersoon die welvaartscreatie vergemakkelijkt en ervoor kan zorgen dat grote projecten kunnen worden uitgevoerd.
  • Depositobanken maken het mogelijk om veilig en goedkoop geld te sparen en zorgen voor een efficiënt betaalverkeer.

Laten we beginnen met de zakenbanken. Stel: iemand heeft het komende jaar een deel van zijn welvaart niet nodig. Dan zal hij er verstandig aan doen om dat geld bij een zakenbank te plaatsen omdat hij dan rente ontvangt. Je zult in een vrije samenleving heel veel zakenbanken hebben, die allemaal verschillende rentes aanbieden. Laat ik voor het gemak veronderstellen dat er twee banken zijn: de ene bank biedt 4% rente aan en de andere 7% rente. Vandaag zouden we gelijk voor de bank met 7% kiezen omdat we niet bang zijn voor verlies. Dit heeft verschillende redenen:

Reden 1: de staat laat bijna nooit banken failliet gaan. Bovendien hebben we banken die te groot zijn om te laten omvallen. We zijn dus voor 99,9% zeker dat die banken nooit failliet zullen gaan.

Reden 2: de staat houdt voor jou de banken in de gaten. Je hoeft volgens de staat zelf niets te doen. Jij hoeft zelf niet in te schatten of er verschillen zijn tussen banken, want volgens de staat zijn alle banken die onder de supervisie van de staat staan allemaal even veilig.

Reden 3: maakt de staat een fout bij die controle en gaat jouw bank failliet, dan vormt dat nog geen reden tot paniek, want de staat verzekert jouw spaargeld tot 100.000 euro per bankrekening en dat allemaal gratis.

Maar laten we eerlijk zijn: we hebben geen enkel idee wat onze bank doet met ons geld en dat komt door deze drie redenen. Eigenaardig genoeg stel je dus vast dat de meeste mensen wel uitvoerig onderzoek doen bij het uitkiezen van een nieuwe smartphone, maar niet bij het kiezen van een bank, hoewel een bank veel belangrijker is dan een smartphone.

In een vrije samenleving speelt de staat geen rol en zijn de banken wel blootgesteld aan deze marktkrachten. Als ik geld wil sparen bij een bank, ga ik dan ook eerst die bank wat beter willen leren kennen. Zo ga ik onderzoek doen naar hun resultaten, hun bedrijfscultuur, hun toekomstvisie, etc. Stel dat ik helemaal geen verstand heb van de bankensector, dan komt de vrije markt mij weer te hulp, want voor elke sociale behoefte ontstaan er ondernemers die in deze behoefte willen voorzien.

Net zoals je voor smartphones organisaties hebt die smartphones beoordelen, zal je ook organisaties hebben die banken beoordelen. Google maar gewoon “banken vergelijken” en dan krijg je als resultaat meteen alle organisaties die de prijzen en rentes van banken vergelijken. Of google eens “smartphone vergelijken” en dan krijg je meteen een lijst van organisaties die de prijzen en, heel belangrijk, de specificaties van elke telefoon vergelijken.

Maar goed: ik heb dus onderzoek gedaan naar beide banken. Ik ben er tijdens mijn onderzoek achter gekomen dat er bij de bank met 7% rente een heel sterke bonuscultuur heerst die kortetermijnresultaten beloont. Managers kunnen er aandelenpakketten verkopen wanneer ze ontslag nemen en werken er gemiddeld maar vier jaar. Ze hebben de afgelopen jaren ook geld verdiend met Amerikaanse hypotheekderivaten. De komende jaren willen ze geld verdienen door te gaan speculeren in grondstoffen en willen ze meer geld investeren in ingewikkelde financiële producten. Bij de bank met 4% rente heb je een bonuscultuur die langetermijnresultaten beloont. Aandelenpakket verkopen kan pas 5 jaar na ontslag. Managers werken er ook gemiddeld 12 jaar. De afgelopen jaren hebben ze geld verdiend met investeringen in zonnepanelen in de Sahara en fietsfabrieken in China. Ze willen de komende jaren geld verdienen door te investeren in infrastructuurprojecten in Nederland en waterzuiveringsinstallaties in India.

Welke keuze het beste is, weten we op dit moment niet. Er is wel één ding duidelijk: spaarders moeten zelf hun risico’s inschatten in een vrije samenleving. Dat zorgt voor angst, want niemand wil zijn spaargeld verliezen. Die angst zorgt ervoor dat spaarders meer betrokken zijn bij hun bank en dat zorgt er weer voor dat de banken transparant en dus vaak kleinschaliger en competitief moeten zijn. Zijn ze dat niet, dan moeten ze hun beleid veranderen ten gunste van de klanten of ze gaan failliet. Helaas is dat tegenwoordig helemaal niet het geval. Banken zijn mysterieuze organisaties waar we niets van af weten. Zo zien we geen echt verschil tussen ING of de Rabobank. Het enige wat we globaal weten en zien, is hun logo en hun bedrijfskleuren.

De staat houdt de banken voor jou in de gaten, laat grote banken niet failliet gaan en verzekert ook nog gratis je spaargeld. Op deze manier beïnvloedt de staat de relatie tussen burger en bankier en zorgt hij ervoor dat er een onkapitalistisch klimaat ontstaat, want het kapitalisme is een systeem dat gebaseerd is op winst en verlies. In het huidige systeem hoeft niemand echter bang te zijn voor verliezen, want de staat vertelt de spaarder dat de kans op verlies nagenoeg nihil is. Banken zijn al evenmin bang voor verlies, want ze hoeven geen rekening te houden met de kritische blik van de spaarders, dus ze kunnen ongekende risico’s nemen zonder klanten te verliezen. Bovendien weten ze dat, als ze failliet gaan, de staat er is om hen te redden met het geld van de belastingbetaler. Als er problemen zijn met de banken, geeft de staat de graaicultuur de schuld, maar het echte probleem is het klimaat dat de staat heeft gecreëerd in de bankensector.

De individuele bankier is ook niet de hoofdschuldige. Veronderstel dat de CEO van ING deze tekst zou lezen en besluit niet te profiteren van het klimaat dat de staat heeft gecreëerd. Hij heeft het beste voor met de Nederlandse spaarder en besluit minder risico’s te gaan nemen, waardoor de bank relatief minder winst maakt dan andere banken.

De kwartaalcijfers zullen dan teleurstellen. Gevolg: de aandeelhouders worden boos en eisen verandering in het management, wat niks minder betekent dan dat de CEO vervangen moet worden. Als er geen verandering komt, gaan ze hun aandelen verkopen, wat kan leiden tot een overname of een faillissement. De spaarders zijn ook boos: zij zien dat ze bij de concurrent meer rente kunnen ontvangen. Ze eisen hun oude spaarrente terug of stappen over naar een andere bank. Zo verliest deze bank haar kapitaal en gaat failliet. Zo zie je hoe verrot dit systeem is: eerlijkheid wordt er niet beloond.

Tot zover de zakenbanken. We gaan nu de tweede soort banken bespreken: in tegenstelling tot zakenbanken houden depositobanken jouw geld wel bij en lenen ze het niet uit. Jij blijft dus eigenaar van het geld. Om duidelijk te maken hoe een depositobank werkt, ga ik het volgende verhaal vertellen:

Jan wil zijn gouden munten van 10 gram ergens veilig opslaan. Hij gaat naar depositobank Q en krijgt in ruil daarvoor een bankbiljet van 10. Dit zou trouwens ook een bankrekening kunnen zijn met een saldo van 10, maar voor de duidelijkheid gebruiken we in dit scenario goud en bankbiljetten.

De gouden munten die Jan aan de bankier gegeven heeft, moet die bankier voor hem bewaren. Onthoud dat elke bank in dit vrije bankensysteem haar eigen geld uitgeeft, omdat niemand een monopolie heeft op de geldproductie zoals dat vandaag de dag het geval is. In een vrij bankensysteem zou Rabobank papiergeld uitgeven met Rabobank erop en ING papiergeld met ING erop.

Dan kun je de vraag stellen: waarom niet één geldsoort gebruiken? Dit doen we: de onderliggende waarde van al dat geld bestaat uit goud. Banken kunnen niet allemaal hetzelfde papiergeld uitgeven. Dit gebeurt om fraude tegen te gaan. Zo zijn niet alle spaarders het slachtoffer als één bank fraude pleegt. Maar wat gebeurt er als bank Q in dit geval meer bank Q-biljetten print dan ze goud in voorraad heeft. Met andere worden: veronderstel dat bank Q 1000 gram aan goud bezit, maar geld uitgeeft ter waarde van 2000 gram goud.

Ten eerste kunnen we aannemen dat bank Q zichzelf op die manier uit de markt zou laten concurreren. Stel namelijk dat jij moet kiezen bij welke bank jij je geld gaat storten. Dan zou jij natuurlijk je geld storten bij de bank die het meest transparant is. Stel nu dat jij een depositobank bent en je aan de regels houdt. Dan zou jij aan je klant willen tonen dat je betrouwbaar bent. Zo zou je als bank bijvoorbeeld onafhankelijke organisaties toelaten om jou te controleren op fraude. Stel dat bank Q fraude pleegt, dan kan zij dit soort organisaties niet meer toelaten. Maar veronderstel dat jij als consument merkt dat banken Y en Z wel controle toelaten en bank Q niet, dan plaats jij je geld natuurlijk niet bij bank Q. Deze redenering gaat ook op voor sieraden: zo laat een juwelier ook zijn sieraden keuren op echtheid. Als jij een juwelier kent die dit niet laat keuren, dan zal jij minder snel een dure gouden ring bij die juwelier kopen.

Ten tweede zou het management van bank Q er rekening mee moeten houden dat ze de gevangenis in moeten als we erachter komen dat ze fraude hebben gepleegd. Door deze fraude ondervindt namelijk iedereen schade. Veronderstel voor het gemak dat de wereldbevolking tien kilo goud bezit. Bank Q print nu bankbiljetten ter waarde van twee kilo goud terwijl ze slechts één kilo goud in de kluis hebben liggen. Dan stelen ze van elke persoon in de wereld die goud bezit. Die extra ruilmiddelen zorgen er namelijk niet voor dat er extra goederen op de markt zijn. Zoals we in les 4 hebben gezien, betekent dit dat de prijzen zullen stijgen. Daarom is geldvervalsing verboden. Als een bankier dus geld print dat je recht geeft op goud dat er niet is, dan steelt de bankier de koopkracht van jouw goud en zo je eigendom en je leven. Stelen is echter verboden in een vrije samenleving.

Ten derde: als bank Q geld begint te creëren uit hetniets, zal dit leiden tot een bank run, omdat bank Q zijn goudreserves zalverliezen. Stellen we onszelf eens deze vraag: kan bank Q nou gewooneindeloos geld printen en ermee weg komen? Dan zegt iets in onswaarschijnlijk nee. Dit klopt ook omdat het geld dat bank Q uitleent niet bij bank Q blijft. Dit klinkt wellicht onduidelijk, maar laat ik een voorbeeld geven. Stel dat mensen bij bank Q in totaal één kilo goud hebbengestort. Die bank Q print nu vals geld ter waarde van een halve kilo goud. Dit geld is vals omdat het goud er natuurlijk niet echt ligt. Zoals je ziet, is erpapiergeld in omloop ter waarde van anderhalve kilo goud, terwijl er maar één kilo goud in de kluisligt. De bank wilt dat gecreëerde geld uitlenen om er wat aan te kunnenverdienen. Ze lenen het uit aan Klaas, want die heeft geld nodig voor eenauto. Klaas geeft dat biljet van 500 aan autoverkoper Alex. Alexbankiert niet bij bank Q, maar bij bank Z. Bank Z wilt voor de veiligheidvan het bedrijf en de klant natuurlijk het biljet omwisselen voor goud bijbank Q. Bank Q moet dat biljet dan inwisselen voor goud. Op die manier verliest bank Q langzaam haar goudreserves, wat uiteindelijk leidt toteen verlies aan vertrouwen bij de klanten en tot een bank run, met als resultaat dat bank Qfailliet gaat. Zo zie je dat bank Q niet weg kan komen met haar fraude.

Nu kun je de bedenking maken: wat gebeurt er dan als bank Q samen gaat werken met andere banken? Wat weerhoudt hen ervan een kartel te vormen en zo allemaal meer geld te printen? Er zijn een aantal redenen waarom een dergelijk bankenkartel niet zou werken:

Reden 1: het volstaat dat één bank niet deelneemt aan dit kartel en het feestje gaat niet door. Laat ik een voorbeeld geven: stel dat wasmiddelfabrikanten een kartel willen vormen om allemaal stiekem 10% minder wasmiddel in hun verpakkingen te doen. Zal er dan geen wasmiddelfabrikant opstaan die het brede publiek wil laten weten dat zijn concurrenten frauderen? Zodra consumenten beseffen dat ze bestolen zijn, zullen ze natuurlijk hun wasmiddelen willen kopen bij bedrijven die eerlijk zijn. In de bancaire sector zou dit precies zo werken. Zoals je in het vorige voorbeeld hebt gezien, zouden de frauderende banken reserves verliezen aan de eerlijke banken.

Reden 2: mensen eisen transparantie, dus banken zouden transparant moeten zijn. In dit geval zouden er consumentenorganisaties ontstaan die erop toezien dat banken niet meer geld creëren dan er goud in hun kluis ligt. Mochten banken fraude plegen met hun reserves, dan zou dit soort organisaties de noodklok luiden.

Reden 3: mensen die niet sparen bij een bank zullen papiergeld meteen omwisselen voor goud. Als banken te veel geld printen, dan zullen ze hun goudreserves verliezen, met als gevolg een verlies aan vertrouwen en een bank run.

Als een depositobank succesvol wil worden, dan moet ze dienstverlening van goede kwaliteit leveren en eerlijk zijn, net zoals elke andere succesvolle onderneming.

Om deze les af te sluiten, maak ik tot een samenvatting van wat we deze les gezien hebben:

  • In een vrije markt zullen er twee types banken ontstaan: een bank voor efficiënt betaalverkeer en een bank waar je geld kunt sparen en lenen;
  • In een vrije markt moeten banken transparant en competitief zijn;
  • Door inmenging van de staat in het bankenstelsel kijken mensen niet met een kritische blik naar banken. Het gevolg is dat banken gedrag kunnen gaan vertonen dat nadelig kan zijn voor de samenleving.

Volgende les: hoe is macht en geld met elkaar verwikkeld.





Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.